Dit is voor een groot deel HetWerk45/46, de Alice in Wonderland-special van Meurs A.M. Voor 4,30 euro (3 plus 1,30 verzendkosten) krijgt u het echte nummer, in zwartwit, thuis.Mail naar meursam@hotmail.com
Er is ook een prachtige luxe uitgave gemaakt, waaruit het tijdschriftachtige karakter is verwijderd, opnieuw gelayout, ander lettertype, meer illustraties (ruim 50 totaal), op fotopapier, 24 pagina's in kleur. Daarvan is de eerste oplage, 1-25 genummerd en gesigneerd, uitverkocht. U tekent in voor de tweede oplage, genummerd van 26-50 en gesigneerd, door een mail naar: meursam@hotmail.com 20 euro inclusief verzendkosten.
Op verzoek van Ton Schimmelpennink van boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam zou ik voor hun Herfstbode een stukje van driehonderd woorden over een jeugdboek schrijven. Maar om dit korte stukje te maken moest ik eerst het hele, het lange verhaal vertellen. Het gaat over boeken en over schrijven. Over het recht opeisen en de tijd nemen om uit te weiden, om dingen rustig uit te schrijven. Dit verhaal is het tegendeel van het parmantige cliché schrijven is schrappen. Het gaat over ontmoetingen met personages en ook met personen, zij het meestal op schrift.
De kern van dit verhaal is eenvoudig. Het jeugdboek dat mij in mijn schrijven het meest heeft beïnvloed is Alice in Wonderland. Dus gaat dit verhaal over dat boek. Ik kan me niet herinneren het als kind te hebben gelezen, al zal ik er wel in allerlei bewerkingen mee in aanraking zijn gekomen. Het werd waarschijnlijk als een jongemeisjesboek beschouwd.
Maar ondertussen heb ik op zoek naar mijn verhaal over Alice in de afgelopen maanden een hele weg afgelegd, een weg geplaveid met vele boeken. Het eerste boek waarnaar ik in mijn boekenkast (en in de stapels die overal liggen, inderdaad ja) heb gezocht was niet Alice in Wonderland maar een boekje van Renate Dorrestein over dat boek. Het heet: Haar kop eraf! En daar begon het al. Ik had hiervan twee uitgaven die er totaal verschillend uitzagen. Het waren de uitgaven in druk van een lezing die Renate Dorrestein op 18 december 1987 hield in boekhandel De Verloren Tijd in Amsterdam. Chris Keulemans was zijn boekhandel en zijn stichting Perdu begonnen in de Gerard Doustraat, daarna naar de Kerkstraat getrokken, en nu zit Stichting en Poëzieboekhandel Perdu al weer geruime tijd onder één naam, en al heel lang zonder Chris Keulemans, aan de Kloveniersburgwal. Ik zie Renate Dorrestein voor me in de Kerkstraat.
Trek een kop als de Hertogin. Begin te lezen. Word die kop. Lees tot het eind. Ga dan door. (Vrij naar Alice in
Wonderland en Zen-zin Zen-0nzin (KLuwer
1968,vertaling T. Meurs )
|
|
Het simpathieke
gezicht van de Hertogin, hiernaast met mijn favoriete gelaatsuitdrukking,
blijkt door John Tenniel rond 1864 te zijn getekend naar een schilderij
van Quinten Matsijs (1465/66-1530, Antwerpse School), hieronder
links. Model zou hebben gestaan Margaretha 'Maultasch', wat ik zou
vertalen als 'Zakbakkes', 'de lelijkste vrouw ter wereld' genoemd.
Rechtsonder de Hertogin van John Tenniel in een vergelijkbare pose. Let
ook op de hoofddeksels. |
|
Links
Quinten Matsijs, rechts John Tenniel |
|
De
Lange Alice,
een
verhaal over Alice in Wonderland en nog veel meer
De reputatie van Renate Dorrestein was er een van fanatiek feministe en mannenhater. Ik keek geïnteresseerd naar haar, totaal onbewust van wat ze voor me zou gaan betekenen. Ze had een dubbele kin. Ik zal wel zoiets gedacht hebben als: lekker puh!. Tenslotte zouden we het die avond over een meisjesboek hebben en dat lekker puh! paste daar wel bij. Maar ze had ook mooie, ik herinner me, bruine ogen en een leuke lach en ze was dol op mannen; dat zag ik meteen aan de manier waarop ze met de inleider/interviewer (was dat Chris Keulemans?) omging.
De lezing, en ook het boekje heeft dat, had een ondertitel: Alice als ideale heldin voor hedendaagse feministes. Maar dat ook dat die avond aan de orde was, wat heel erg werd verwacht, daar kan ik me niks van herinneren. Er staat wel iets over in het boekje, niet veel trouwens, maar ik herinner me er niets van. Hoewel ik meen heel goed te hebben geluisterd en ook heel goed heb gekeken naar Renate Dorrestein terwijl ze, zeer enthousiast, haar verhaal deed. Wel was ik na afloop ervan overtuigd dat Alice in Wonderland van Lewis Carroll een literair meesterwerk was en dat het me zeer zou beïnvloeden en stimuleren. En ik was Renate Dorrestein erg dankbaar. Een poosje later, nadat ik de De avonturen van Alice in Wonderland en Spiegelland gelezen had, was ik ook Lewis Carroll zeer dankbaar. Dat me niets is bijgebleven van de feministische invalshoek van de lezing van Renate Dorrestein, kan ik nu alleen verklaren door het feit dat blijkbaar de zeer grote literaire én maatschappelijjke waarde, de algemene waarde van Alice in Wonderland zo duidelijk op me werd overgebracht dat het volkomen vanzelfsprekend was dat alle discriminatie daarin belachelijk werd gemaakt. Alice is superieur en Alice is een meisje, maar ze is in het boek niet superieur omdat ze een meisje is. Ze heeft trouwens, is me altijd al opgevallen op de beroemde, oorspronkelijke illustraties van John Tenniel, wel een erg groot en volwassen hoofd in verhouding tot de rest van haar lichaam. Dat zal vast zijn omdat ze zo’n verstandig meisje is.
(John
Tenniel)
De eerste uitgave van het boekje van Renate Dorrestein (als ik per woord betaald werd zouden al die uitweidingen me niets uitmaken, of juist wel, ik zou eraan verdienen, maar nu doe ik het omdat ik hoop dat ze u interesseren of dat u ze misschien wel mooi vindt. Een heel leuke reactie zou ik vinden - sprak de Alice in mij - als u van mijn uitweidingen zou zeggen: superieur geouwehoer, maar dat is misschien een beetje teveel gevraagd. Iemand anders zou zeggen: ‘Maar dat is misschien een brug te ver,’ maar dat zeg ik niet, want dat vind ik een te pas en te onpas gebruikte kolere/cliché-uitdrukking, die er bovendien toch weer, net als bij die brug ja, net naast zou zitten… die dus in dit geval, zoals in de meeste gevallen, weer net niet helemaal goed gebruikt zou worden)… De eerste uitgave dus, we beginnen gewoon opnieuw, (oplage 400) was er een die er als een groen/grijs/blauw verkleurd langwerpig schriftje uitzag, het had duidelijk met een ander, wat kleiner, boek boven op zich in de zon gelegen. Als je soberheid kunt uitstralen, dan deed dit schriftje dat, het straalde dus heel weinig, bedoel ik. Met de andere uitgave, de tweede druk van twee jaar later (mei 1989), was ook iets.
|
|
Die zag eruit als een Delfsblauwe tegel waarop een collage gemaakt is van een heleboel tekeningen uit Alice in Wonderland, best mooi, maar de kaft is een centimeter smaller dan de rest van het boek, waardoor je verticaal HET BOEK ALFA kunt lezen, wat op het volgende blad staat, zoals je dat ziet bij de indeling van (kantoor) agenda’s, en dat maakt het allemaal weer een beetje kinderachtig. Maar ja, Alice brengt blijkbaar het kind in ons boven. |
Ik had dus al twee boekjes in mijn hand en daar was de eigenlijke Alice nog niet bij. Maar de uitweidingen hierboven zijn over twee boekjes die er toe doen, die met het verhaal wat ik wil vertellen te maken hebben. Toch hecht ik eraan te mogen uitweiden over boeken die ik wel op zoek naar Alice tegenkom maar die niets met haar te maken hebben, of als dat wel zo is, is dat net zo’n toeval als dat ik ze ben tegengekomen. Ik moet ondertussen een beetje aan Charlotte Mutsaars denken die ik vorige week, in het echt, ben tegengekomen, en die ik ook een soort Alice vind, iemand die Alice’s kijk op de wereld heeft weten te behouden en op sublieme wijze in verhalen weet uit te drukken.
Ik ben van mening dat je je bij het lezen, zelfs bij het (opnieuw) inkijken van boeken, best mag laten leiden. (Ik zeg wel altijd heel stoer dat ik alleen lees om te kunnen schrijven, maar dat is niet helemaal waar. Misschien is het andersom waar: ik lees niet (verder) als ik er niets aan heb om te kunnen schijven. Maar er iets aan hebben, mag u dan in heel brede zin opvatten.) Ik laat me graag leiden – waar moet een keuze voor een bepaald boek anders op gebaseerd zijn? – door een enthousiaste aanbeveling maar ook door het toeval. Ik kijk dus ook altijd naar het boek dat op de boekenplank vlak naast het boek staat dat ik zoek, zoals ik in een woordenboek of encyclopedie ook altijd kijk naar het volgende of het vorige woord.
|
Ik zag naast Dorrestein Den Dolaard’s De herberg met het hoefijzer staan. Ik was vertederd. Het is een van de boeken die ik het langst heb. Het is een donkerblauwe Salamanderuitgave, waarvan ik de rug van de kaft en ook de rug van de bladzijden (noem je dat ook rug?) geplakt had, een beetje scheef, zag ik trouwens. Er staat mijn naam in en ‘St. Nicolaas 1960’ Ik was toen zestien. Het boek hoorde destijds tot de canon van de Nederlandse literatuur, het is geschreven in 1933. |
|
Dit boek heeft dus helemaal niets met Alice te maken, behalve dan dat ik het tegenkwam toen ik op zoek was naar Alice. Het heeft meer te maken met mijn manier van zoeken, waarbij ik niet alleen focus maar ook naar de omgeving kijk. Dit is overigens geen politiek standpunt, hoewel veel politici ervan zouden kunnen leren, en ik zeg evenmin dat het zo moet. Ik las een aantal bladzijden in De Herberg met het hoefijzer. Ik wist nog ongeveer waar het zich afspeelde en behalve nostalgie maakten de gebeurtenissen in nu ex-Joegoslavie het voor mij opnieuw interessant. Het bleek bovendien goed geschreven. De hoofdpersoon, een Engelsman, kwam aan in Scutari in het noorden van Albanie, dat toen een Italiaans protectoraat was.
|
|
Een paar weken nadat ik dit gelezen had typte ik <Scutari> in op internet. Bij het Scutari dat ik zocht, kreeg ik, behalve dat het een interessante, zeer oude geschiedenis (300 BC) had, twee mooie dingen: ten eerste een prachtig kaartje uit het begin van de vorige eeuw waar alle belangrijke namen van plaatsen uit de recente geschiedenis van ex-Joegoslavie op stonden, én… de naam van een boek (dat dus ook helemaal niets met Alice te maken heeft), namelijk een van Ismail Kadare, een boek dat ik toevallig een paar maanden geleden gekocht had omdat het bij de Slegte in de aanbieding lag naast een boek wat ik zocht om cadeau te geven, en dat was Tuinfeest van Konrád (Hier schrijf ik nog een ander stukje over.). Over Kadare zei een week geleden een vroegere strijdmakker (strijdmakker waarin ga ik hier nu niet uitleggen, maar ik zou zeggen: zie mijn Revolutionaire Jeugd-verhalen) dat hij altijd gedacht had dat het vroegere communistische Albanie toch niet zó slecht kon zijn als ze daar een schrijver als Kadare zijn gang lieten gaan. Maar dit, echt, terzijde |
Het boek van Kadare, Dossier H., heeft als ondertitel Een spannende speurtocht door de Albanese bergen: op zoek naar de laatste Homerus. Daarmee is meteen duidelijk waarom het op een site bij Scutari stond, Scutari ligt aan de voet van de bergen in het Noorden van Albanïe. Op het kaartje uit het begin van de vorige eeuw vind je bovenaan Srebrenica (aha, daar gaat ons geweten spreken), naar links iets lager Sarajewo, nog lager aan die kant de rest van Herzegowina dat aan de Adriatische kust weer naar rechts onder Montenegro doorgaat. Nog meer naar rechts ben je onder Montenegro in het noorden van Albanie terechtgekomen en wel op de hoogte van Scutari. Het blijkt trouwens dat Nederland nog een stukje militaire geschiedenis in dat gebied heeft, en dan heb ik het niet over Srebrenica maar over Albanie, een zogenaamde vredesmissie en wel in 1913/1914 (http://www.ethesis.net/albanie/albanie.htm; hier vindt u ook dat prachtige kaartje)
Om het niet te ingewikkeld te maken ga ik door over boeken die ik op zoek naar Alice tegenkwam en die niets met haar te maken hebben (voor zover ik wist). Eigenlijk moet ik zeggen: boeken die ik tegenkwam op zoek naar Alice zonder naar deze boeken zelf op zoek te zijn omdat ik meende dat ze iets met Alice te maken hadden. Ik kwam Peter Pan tegen zonder dat ik ernaar op zoek was,ik was namelijk in een antiquariaat op zoek naar Alice in Wonderland, om cadeau te doen inderdaad ja.
Dat ik Peter Pan en trouwens ook Toen Peter Pan nog bij de elfjes woonde tegenkwam toen ik in een boekenrek naar Alice zocht, is natuurlijk niet zo gek, want zowel Alice als Peter Pan worden beschouwd als kinderboeken en daar hebben sommige boekhandels er niet zo veel van, dus staan de boeken die ze wel hebben al gauw dicht bij elkaar. Aan de andere kant kun je zeggen: als ze niet veel kinderboeken hebben, is het bijzonder dat ze dit wél hebben. Tenzij ze alleen heel bijzondere kinderboeken willen verkopen. Alice hadden ze trouwens niet. Maar in een tweedehands boekhandel is het natuurlijk altijd een beetje toeval wat ze wel of niet hebben, aanbod, weet u wel. Zo’n boekhandel zorgt niet om bijvoorbeeld altijd één exemplaar van Alice in Wonderland in voorraad te hebben, voor het geval ik langskom. Gewone, eerstehands boekhandels, doen dat wel, maar niet speciaal voor mij.
|
|
De eerlijkheid gebiedt mij trouwens te zeggen dat deze tweedehands boekhandel Alice wel had, en wel in de vorm van The Pinguin Complete Lewis Carroll, zoals ik op www.antiqbook.com ontdekte. Ik ging terug, een uitdraai als bewijs in mijn hand. Het was niet verwonderlijk, zei de boekverkoopster, dat ik het niet gezien had. Ze had in de computer gezien dat het boven stond. Ze ging een zeer steile houten trap op en bracht het boek mee. Ik stelde me voor dat het daarboven naast een rustbank lag. Ik onderdrukte de vraag of haar ‘bazin’ het wel zou kunnen missen. |
Zoals Renate Dorrestein er mij van overtuigd heeft dat Alice in Wonderland een geweldig goed boek is, zo heeft Kees Fens door middel van een column in de Volkskrant er mij ooit van overtuigd dat Peter Pan een geweldig goed boek is. En in ieder geval dat de schrijver J.M. Barrie een belangrijk man was. Sindsdien heb ik Peter Pan dan ook verschillende keren cadeau gedaan. (Ja, dat geloven we nu wel dat je wel eens boeken cadeau doet) Ik kwam Peter Pan dus toevallig tegen, kocht beide boeken van J.M. Barrie, bladerde ze door en zag dat de avonturen van Peter Pan in Nimmerland alles te maken hadden met die van Alice in Wonderland, inclusief de, in dit geval zachte, spot met de wereld van de volwassenen. Alice is harder. Verderop kom ik terug op Peter Pan.
|
|
Nederlandse uitgave uit 1979. Helmut Gernsheim (her)ontdekte
Carroll als fotograaf en publiceerde zijn boek Lewis Carroll Photographer in 1949. Op de foto Alice Liddell
poserend als bedelmeisje. Zij stond model voor de Alice in Wonderland en
kreeg (niet op Kerstmorgen 1862, zoals de vertalers Alfred Kossman
en C. Reedijk beweren; en ook niet op Kerstavond 1865 zoals Renate
Dorrestein zegt - wat is dat voor een Kerstromantiek? - op 26 november 1864
het eerste manuscriptboek (Alice's Adventures Underground) met
tekeningen van Carroll zelf cadeau. Wel als Kerstcadeau, zoals op een van
de titelpagina's staat: A Christmas Gift to a Dear Child in Memory of
a Summerday. |
Carroll heeft ook wel wat met Kerst. Hij noemt dit voortdurend om
iets (de eerste geschreven versie van alleen de tekst van Alice op Kerst 1862,
wat niet lukt) af te ronden. Op zijn tekeningen, die de oorzaak waren dat er
zoveel tijd was verstreken tussen de eerste vertelling op 4 juli 1862 en het
voltooide cadeau, is, ondanks het veel langere haar, de gelijkenis (ogen, neus,
lippen, uitdrukking) duidelijk. John Tenniel maakte zijn beroemde tekeningen
voor de officiele, gedrukte uitgave (juli 1865) met een meisje met lang (blond)
haar en een vrij spitse neus (en een groot hoofd dus). John Tenniel, de
tekenaar, was overigens de oorzaak dat het gedrukte boek niet met Kerst 1864
verscheen, zoals Carroll had gewild. Hij was bovendien de oorzaak dat het
gedrukte boek van juli 1865 werd afgekeurd en teruggetrokken en dat de
goedgekeurde druk verscheen vlak voor Kerst 1865. Alice Liddell krijgt dan haar
derde versie van het boek. Kortom, Kerst speelt een grote rol. En tussen de
eerste (18000) en de derde versie (35000) van het boek is een verschil van
ongeveer 17000 woorden. Terwijl Carroll met zoveel moeite en gedurende zo'n
lange tijd aan zijn tekeningen bij het verhaal van 17000 woorden voor Alice
Liddell persoonlijk werkte, had hij zijn verhaal voor de uitgave in druk
uitgebreid tot 35000 woorden, waarvoor de Punch-cartoonist
John Tenniel aan de tekeningen bezig was. Die gedrukte uitgave zou Alice in
Wonderland gaan heten. Ik zeg het maar even omdat ik een Nawoord bij een
vertaling van Eelke de Jong heb gezien, waarin staat dat de uiteindelijk
gedrukte versie "iets langer" is dan de eerste (manuscriptboek)versie.
In werkelijkheid scheelt het dus meer dan de helft. Zo komen nou de ongelukken
in de wereld.
|
Op deze tekening van Carroll voor de eerste versie, het
manuscriptboek Alice's Adventures
under Ground (26 november 1864) is, ondanks het veel langere haar, de
gelijkenis (ogen, neus, lippen, gelaatsuitdrukking) met Alice Liddell
duidelijk. Vanwege dat lange haar en ook omdat de echte Alice tussen die
beroemde zomerdag in juli 1862 en november 1864 dus ruim twee jaar ouder
was geworden, wordt ook wel beweerd dat Alice's jongere zusje, dat wel
lang haar had, het model was geweest. Maar het lijkt me duidelijk dat de
tekening is gemaakt naar de foto van Carroll die op de kaft staat van het
boek hierboven. Zelfs de scheve stand van het hoofd ten opzichte van het
lichaam is gelijk. |
|
Carroll
en beeld
|
|
In deze Engelse uitgave zijn de tekeningen opgenomen die Lewis Carroll zelf gemaakt heeft voor het manuscriptboek dat toen nog Alice's adventures underground heette. Overigens is de illustratie op deze omslag, zonder dat dit wordt vermeld, weer duidelijk gebaseerd op de beroemde tekeningen van John Tenniel die de eerste boekuitgave van Alice in Wonderland(1865) opsierden. Het was Carroll sterk afgeraden zijn eigen tekeningen bij zijn verhalen te gebruiken. Naast de genialiteit van de tekst toont dit boekje voor mij dan ook niet alleen de interessante fantasie zoals die door Carroll zelf in beeld werd gebracht, maar ook zijn tragiek als tekenaar. Zijn verhalen werden steeds lovend onthaald, zijn tekeningen steeds geweigerd. |
Overigens
is de geschiedenis van de illustraties bij Alice in Wonderland een verhaal apart. Tot op de dag van vandaag
hebben beroemde illustratoren hieraan bijgedragen en hierbij vaak grote hoogten
bereikt. Carroll en beeld hebben alles met elkaar te maken: behalve dat hij zelf
tekende, was hij in zijn tijd een bekend fotograaf, vooral van jonge meisjes.
Zie de afbeelding van het boek ‘LEWIS
CAROLL victoriaans
fotograaf’. Het is niet voor niets dat er
een ‘Illustrated Biography’ is van Derek Hudson en dat er ‘The illustrated
Letters’ (Looking-Glass Letters) van Thomas Hinde zijn. Zie ook de
afbeeldingen van deze boeken.

|
1. Lewis Carroll |
2. John Tenniel |
3. Arthur Rackham |
Lewis Carroll( Charles Dodgson, 1832-1998) en Alice in Wonderland hebben, behalve met een geniale tekst, alles met beeld te maken. Dat begint bij Carroll zelf en gaat door tot op de dag van vandaag. In de tekst beperkt Carroll zich tot een rake typering van de personages. In zijn eerste versie (het manuscriptboek )voegde hij zijn eigen tekeningen toe (1). In de eerste uitgave in druk kwamen de klassiek geworden tekeningen van John Tenniel (2). Tientallen grote illustratoren traden in zijn voetspoor. Een van de beroemdste is Arthur Rackham(3), die ook nu nog zeer populair is in allerlei animaties. En dan hebben we het nog niet eens over Disney-Alice (Sneeuwwitje, Doornroosje, Assepoester) of over Heidi-Alice, in Wenen gemaakte tekenfilms die kwa beeld niet slecht zijn maar die, net als de stroom aan kleuterboekjes die erop volgen, de humoristische vertelkunst van Carroll totaal geen recht doen.
|
Lewis Carroll was in zijn tijd al een bekend fotograaf, vooral van portretten. Zie het boek Lewis Carroll, Victoriaans Fotograaf. Ook gebruikte hij zijn foto's vaak als model voor zijn tekeningen. Carroll heeft in zijn enthousiasme voor het beeld velen meegesleurd. Het is geen toeval dat zo'n man An Illustrated Biography (door Derek Hudson) en een uitgave van The Illustrated Letters (door Thomas Hinde) heeft gekregen. |
|
Vertellen
en associëren
Ik hou van Alice vanwege haar onbevangenheid. Ze kijkt naar
alles alsof zij degene is die alles voor het eerst ziet. En ook hou ik van haar
omdat ze in haar kijken, haar denken en redeneren de wereld van de volwassenen
een lachspiegel voorhoudt. Maar vooral hou ik van haar geredeneer. Daarin is ze
onweerstaanbaar, je zou haar op dat moment willen knuffelen.
Ik hou van Alice omdat ze dingen letterlijk neemt. Dat is niet alleen
humoristisch, maar is ook weer een soort onbevangenheid: je trekt je even niks
aan wat voor betekenissen anderen al aan een ding of een gebeurtenis gegeven
hebben. Ik hou van Alice omdat ze zo goed kan associëren. Ze gaat makkelijk van
het een naar het ander. In combinatie met onbevangenheid
en letterlijkheid levert dat komische situaties en een glimlach op, de
glimlach van de Hertogin
|
|
Het associëren van Alice is (natuurlijk) eigenlijk
het associëren van Carroll. En dan bedoel ik niet de open deur omdat hij
de schrijver is, maar omdat hij de verteller is, letterlijk. Zoals
bekend begon Carrol op 4 juli 1862 in een bootje op de rivier aan de
10-jarige Alice Liddell en haar twee zusjes over zijn Alice te vertellen
(die achter een konijn aan met een vestzakhorloge in een oneindig
diep hol viel) zonder, zoals hijzelf zei, het geringste idee te hebben
waar ze terecht zou komen. |
Voortdurend
werd hij door de jongedames aangespoord om door, door te gaan. In zo'n
situatie moet je werkelijk alles gebruiken wat je ziet en wat je denkt om door
te kunnen gaan. Je blik kan hongerig springen naar alles om je heen wat
je maar kunt gebruiken maar kan ook diep in je binnenste zijn gericht waar het
verhaal zich ontrolt, en de woorden die uit je mond komen zijn de vrucht van de
wisselwerking tussen de twee. De associatie -het een trekt je naar het ander- is
dan de toverformule. Vertellers die ter plekke een verhaal verzinnen kunnen niet
zonder. Alice in Wonderland - hoezeer later ook uitgebreid en subliem op
schrift uitgewerkt - heeft gelukkig nog alle kenmerken van het spontaan
verzonnene. In die zin lijkt Alice het meest op de Baron van Munchausen
|
|
Het is, wil dit verhaal ooit worden afgerond, niet vol te houden om over elk boek te schrijven dat volgens mij iets met Alice te maken heeft, laat staan over elk boek dat ik op zoek naar Alice tegenkwam. Maar wat geschreven is blijft geschreven en blijft staan, desnoods alleen op internet. Voor twee boeken die iets met Alice van doen hebben maak ik een uitzondering. Het ene is Peter Pan, het andere Baron Munchausen. Voor het overige bent u op de literatuurlijst aangewezen en dan komt u, helaas zonder verdere motivatie, boeken tegen als Divina Comedia van Dante en Don Quichotte van Cervantes. |
De overeenkomst tussen Alice en de Baron is het spontane vertellen en de (daarvoor onmisbare) associatieve fantasie. Alice is oorspronkelijk ook echt spontaan verteld, de Baron is dat niet. Maar de schrijver van de Baron, R.E. Raspe, heeft zich wel zodanig in zijn voorbeeld, de echte Freiherr von Münchhausen en inderdaad beroemd om zijn sterke verhalen, ingeleefd dat hij daadwerkelijk zit te vertellen, 'Mijne Heren'. Kon de echte Freiherr nog uit zijn ervaringen putten, Raspe was volkomen op zijn fantasie aangewezen. En dan krijg je zulke flauw/leuke associaties (ik maak er nu zelf eentje) als: 'Ik had, mijn Heren, alle raad van ervaren reizigers en kenners van de huidige toestand hooghartig afgewezen en was, komend over een heuvel, plotseling volkomen ingesloten door een bende woestelingen. Ik verfoeide nu mijn hooghartigheid en voelde me werkelijk voor paal staan. Na een ogenblik nadenken besloot ik van de nood een deugd te maken, klom in de paal, had een prachtig uitzicht over de omgeving en zag al gauw een uitweg uit de omsingeling, die mijn belagers bij gebrek aan overzicht, was ontgaan.' Hetzelfde zoeken naar een houvast (de paal) om verder te kunnen, hoor ik bij moderne vertellers als Willem de Ridder. Van het een kan (zonder enige redelijke beperking) makkelijk het ander komen. Dat is ook wat er in Alice in Wonderland gebeurt.
Alice
en Peter, van Wonderland naar Nimmerland
|
J.M.
Barrie is geboren in 1860, Alice in Wonderland, verscheen in 1865, was
meteen beroemd en men moet de kleine Barrie er dan ook al gauw uit
voorgelezen hebben. |
|
Barrie
schreef pas voor het eerst over Peter Pan in 1902, en wel in 6 hoofdstukken in
een roman voor volwassenen: The little
white bird. In 1904 heeft zijn toneelstuk
Peter Pan zo’n succes dat de
uitgever van The little white bird de
zes hoofdstukken over Peter Pan afzonderlijk uitgeeft als Peter Pan in Kensington gardens. Ook dit wordt een succes. Pas in
1911 schrijft Barrie de romanversie van Peter
Pan.
|
|
Toen
Peter Pan nog bij de elfjes woonde, de vertaling van Peter
Pan in Kensington gardens, is verschenen in 2004 en de vertaler, Hans
Kuyper schrijft een mooie uitleiding, waarin eigen onderzoek van de
vertaler is verwerkt naar de dood van Barrie’s oudere broer David, die
op 14-jarige leeftijd, wanneer Barrie 6 jaar is, sterft aan een
verwaarloosde hersenvliesontsteking. De gevolgen voor het gezin zijn
verschrikkelijk, er wordt zelfs een andere lezing van de doodsoorzaak
verzonnen (schaatsongeluk) die in de officiële biografie terechtkomt.
Hans Kuyper zet dit recht. |
Alice
in Wonderland en Peter Pan zijn
beide spottend theatraal, hebben zeer theatrale scènes, zoals bij Alice de
Zeekrab-quadrille en de rechtszaak over de gestolen taartjes. Maar Barrie drijft
(hoewel er veel bloed vloeit en er vele doden vallen) in Peter Pan de spot
met alle realisme door de lezer van
bovenaf de 'setting' de laten zien waarin alles plaatsvindt: 'Op deze
avond waren de hoofdmachten van het eiland als volgt verdeeld. De zoekgeraakte
jongens zochten Peter, de zeerovers zochten de zoekgeraakte jongens, de
roodhuiden zochten de zeerovers, en de dieren zochten de roodhuiden. Ze trokken
in een kring over het eiland, maar ze haalden elkaar niet in, want ze liepen
allemaal even hard'
Barrie zit er als verteller ook voortdurend tussen, de meest spannende en ontroerende scènes onderbreekt hij met zijn geouwehoer. Niks mee laten slepen, niks onder laten dompelen, niks soap. Ze lachen eigenlijk met alles, die Carroll en die Barrie, en hun helden zijn allesbehalve braaf. Daarom hebben sommigen ook moeite met zowel Alice als met Peter Pan: ze zijn niet aandoenlijk, zoals Sneeuwitje en Assepoester, het zijn geen tranentrekkers. Dat spotten met alles, met de werkelijkheid voorop, en dat allesbehalve braaf zijn, hebben ze ook gemeen met Baron Munchausen, een ander Brits succesboek, dat al vóór hen de wereld had veroverd.
|
Veel
overeenkomst tussen Carroll en Barrie Er
is ook veel overeenkomst tussen de schrijvers Carroll en Barrie. Beiden
hielden eigenlijk alleen maar van kinderen, maar Carroll alleen van
meisjes en Barrie alleen van jongens. Beiden onderhielden een speciale
band met een bepaald gezin vanwege de kinderen. Carroll met de familie
Liddell en Barrie met de familie Llewelyn Davies. Van de zusjes Liddell
kiest Carroll dan speciaal voor Alice, die tien is als hij de zusjes het
verhaal van Alice Underground vertelt.Voor Barrie is het van de
broertjes Llewelyn Davies vooral George, die hij leert kennen als deze
vijf jaar oud is. |
|
|
|
J.M. Barrie |
Later is het voor Barrie ook Michael die drie jaar na de eerste kennismaking met de familie wordt geboren. Carroll kiest voor andere vriendinnetjes als Alice ouder dan twaalf wordt. Barrie is trouwer, hij adopteert het gezin eerst bij wijze van spreken en later, wanneer beide ouders zijn gestorven, ook daadwerkelijk. Hij blijft zijn lievelingsvrienden, George en Michael, trouw, ook als ze groeien (dat doet Peter Pan niet en Barrie zelf nauwelijks, hij blijft een meter zestig) en ouder worden. Maar ze worden beiden niet ouder dan eenentwintig, George valt in de Eerste Wereldoorlog, Michael verdrinkt zich zes jaar later samen met een vriend. Barrie komt dit nooit meer te boven, hij publiceert nog nauwelijks en sterft in 1937. Het leven van Barrie lijkt een stuk dramatischer te zijn geweest dan dat van Carroll. Beide zijn het grote schrijvers en grote satirici.
|
Hoe
Alice mij beïnvloedt Ik
ben door Alice erg beïnvloed. Ik schreef kort na 1987 o.a. aan het
toneelstuk Mijnwerkersmacht. Personages als De Koningin (een jongeman in
een lange hermelijnen mantel) en Thatcher (een Pakistaans punkmeisje)
(‘De vrije ondernemingsgewijze productie/wordt gekenmerkt door/ dat ze
vrij is/ ondernemend is/ wijs is/ en productief is/ zoals de naam al zegt
dus.) hebben trekken van de Hertogin en de Koningin in Alice. De Kankeraar
zegt: Machthebbers/ die worden neergeschoten/ dat weten we/ hun kop eraf.
(Zie voor de volledige tekst http://www.ratatouille.nl/podiumteksten/
, toets <Zoek een tekst>, kies <Mijnwerkersmacht>. U
vindt het stuk ook in mijn boek Spelen) |
|
Ik
was een paar maanden geleden over Alice aan het nadenken toen de VVD-er Van
Baalen in het nieuws kwam met het onderdompelen als ondervragingsmethode. Ik
schreef toen spontaan een stukje over een varken in een bad. Toen ik in de dagen
erna Alice in Wonderland sinds lange
tijd had herlezen, realiseerde ik me dat ik in mijn stukje over Van Baalen en
het martelen de ik-figuur makkelijk kon vervangen door Alice. Zie Van
Balen en het martelen , vervang 'ik' door 'Alice' en pas de
werkwoordvorm aan. (U mag telkens pas verder lezen als u de opdracht die u
onderweg tegenkomt hebt vervuld.)
Van
Baalen en het martelen
(Terwijl
heel de wereld het wist, was de reactionaire VVD-politicus
Van Baalen verbaasd dat Bush had toegegeven dat er
geheime Amerikaanse gevangenissen buiten Amerika waren. Wat betreft de
behandeling was Van Baalen er nog niet uit of onderdompeling tot de verboden
martelmethoden behoorde.(Interview VPRO-radio
8/9/06) Soms ben je zo verbijsterd dat je niets anders kunt dan er een
verhaaltje over schrijven. Leest u hieronder wat ik de volgende dag meemaakte
Ik
liep door de gang en zag vanuit een ooghoek door een openstaande deur dat ze
bezig waren met een varken in een bad. Door al die betegelde wanden weet ik soms
niet of ik in een badhuis of in een slachthuis ben. Ik schonk er geen aandacht
aan, ik dacht: dat varken is in ieder geval allang dood, want ik ken de manier
waarop na de slacht met kokend water en een scheermes de haren van de
varkenshuid, het zwoerd, worden verwijderd. Maar toen ik terugkwam en hoorde
praten en zelfs hoorde schreeuwen, keek ik naarbinnen
en zag dat het varken een brilletje op had en dat ze het niet schoren maar
onderdompelden, wel bijna een minuut lang, en toen
het bovenkwam proestte het hevig en was het de conservatieve politicus Van
Baalen.
Ze vroegen hem opnieuw:
‘En bent u er al uit of onderdompeling tot de geoorloofde verhoormethoden
behoort?’
Toen hij al
proestend een ontwijkend antwoord begon te geven, dompelden ze hem opnieuw
onder, nu wat langer, eindeloos lang leek het me… Dan was er weer dat geproest
waartussen ‘Het ligt eraan…’, dan weer dat onderdompelen, wat ik inmiddels
begon te begrijpen, de man was gewoon hardleers en hier stonden grote belangen
op het spel, zoals de betrouwbaarheid en de steun van onze bondgenoot Bush.
Dus leek de tijd dat hij nu onder water
was al niet meer zo lang, want ik bedacht: beter nu wat langer, want als hij
deze keer bovenkomt moet hij toch echt een duidelijk
en geen politiek antwoord geven, dat is beter dan dat hij opnieuw onder moet, ik
vond dus dat het voor zijn eigen bestwil was dat ze hem nu meer dan een minuut
onder hielden.
Maar toen hij bovenkwam zei
hij: ‘Als er twijfel is…’ ‘Ja, dan wat?’
schreeuwden ze, en het duurde ze te lang, je zag dat ze zelf te veel hadden
meegemaakt, dat ze misschien zelf wel eindeloos waren ondergedompeld door de
bondgenoten van Van Baalen en totaal geen medelijden
hadden – dat bleek wel - met
zo’n droogzwemmer – wat eigenlijk een beetje een navrante benaming was
gezien de situatie waarin deze zich nu bevond – zo’n droogzwemmer dus die
altijd precies wist wat ‘onze jongens’ en minister Kamp en Bush
moesten doen, Van Baalen, ‘onze laatste man in Irak’, zoals ze hem spottend
noemden. Ze hadden dus beslist geen
medelijden, duwden hem opnieuw lang onder en het was maar goed dat Van Baalen tenslotte
hoestend bovenkwam en zei: ‘Het moet stoppen.’ Ze hadden hem bij zijn haren
en stonden klaar hem weer naar beneden te drukken. ‘Wat moet stoppen? Wij met
jou of onderdompelen in het algemeen?’’
Algemeen,’ hoestte Van
Baalen opeens zeer efficiënt en ik hoorde mezelf opgelucht uitademen en toen
snel weer in, want ik had het er zelf benauwd van gekregen. Maar mijn vertrouwen
in de politiek begon zich langzaam te herstellen.
----------------------------
|
De
baby die in de armen van Alice in een varkentje was veranderd, viel me nu
extra op. Dus zette zij het wezentje op de grond en voelde zich erg
opgelucht toen het rustig het bos inliep. 'Als het groter was geworden,'
zei ze bij zichzelf, 'zou het een verschrikkelijk lelijk kind zijn
geworden; maar het is wel een aardig varkentje, vind ik.' Zoals
we allen weten is Van Baalen helaas wel groter geworden. |
|
Het
verschil tussen de oorspronkelijke Alice en allerlei afgeleide producties
|
|
De
Disney-musicaltekenfilm uit 1951, aanvankelijk bij critici en publiek
slecht ontvangen, 23 jaar lang genegeerd, ook door Walt Disney zelf tot
aan zijn dood in 1966, nu beschouwd als een van de Disney-filmklassiekers.
Vanaf de 'psychedelische' jaren '70 kent de film een opleving. Begin jaren
'80 wordt hij op video uitgebracht. In dezelfde jaren verschijnen er
Oostenrijkse en Japanse tv-animatieseries. De Oostenrijkse komen ook op de
Nederlandse tv en worden vergezeld van een stroom aan kinderboekjes. De
Japanse serie wordt ook in de VS op tv gebracht. Ten onrechte wordt er
vaak vanuit gegaan dat al die video(teken)films en platenboekjes van
Disney zijn. Op dit moment zijn er nieuw helemaal geen
Alice-kinderplatenboekjes in de handel. De meeste boekjes die tweedehands
te verkrijgen zijn, zijn gebaseerd op de Oostenrijkse tv-serie (Alice met
Bolhoedje met lint, haar verhouding als bijdehand kind tot de volwassen
mensen (die bij Carroll niet voor komen) lijkt heel erg op die van
plaatselijke heldin Heidi) en dateren uit de 80-er jaren. |
Het
leuke van Alice is dat 'iemand' vertelt hoe zij doet, kijkt, luistert, denkt,
praat tegen anderen en tegen zichzelf, en vooral, hoe zij redeneert. Dat wekt
die speciale glimlach op die ik terugvind in de 'kop' van de Hertogin. De
verteller zorgt ervoor dat wij tegelijk naar Alice en door de ogen van Alice
kijken. Al die vreemde figuren, die vreemde scènes, die rechtlijnige of juist
die kronkelredeneringen, worden opgevoerd voor haar, om haar te laten
'reflecteren'. En dat is wat eigenlijk in al die navertellingen, die
peuterboekjes, die tekenfilms meteen wegvalt: er blijven alleen de vreemde
figuren, het Witte Konijn, de Koningin, de Soepschildpad, de Hoedenmaker (voor
zover ze meedoen in de films) enzovoort, en de vreemde scènes over. Allemaal
kostelijk op zichzelf, zou je zeggen, en die worden in de tekeningen en films
dan ook vaak mooi in beeld gebracht, maar dat speciale, dat wat ik net hiervoor
heb beschreven heb, dat alles-via-Alice, datgene wat maakt dat je je gezicht
voelt plooien in de kop van de Hertogin, dat is in die boekjes en tekenfilms die
van 'Alice' zijn afgeleid, helemaal weg. Ze hebben de speciale 'taal' van Alice
niet begrepen. Ze brengen Alice terug tot een verzameling gewone 'verhaaltjes'
van grappige figuurtjes die gekke dingen doen en waar Disneyland zo vol van is.
Het zijn trouwens maar voor een deel, een derde deel misschien, Disneytekenfilms
en -boekjes. Er is een televisieserie geweest die ik de Heidi-Alice
noem, die gevolgd werd door een serie peuterboekjes, waarin Alice in uiterlijk
en doen op de Oostenrijkse Heidi lijkt en die in Wenen is gemaakt en hier
Nederlands ingesproken.
|
|
Op de illustraties van Helen Oxenbury (Nederlandse vertaling (1999) van Alice in Wonderland door Sofia Engelsman) is Alice een modern jong meisje met een kort jurkje, waaronder soms het witte broekje te zien is. In de afgelopen anderhalve eeuw zien we ook voortdurend illustratoren die Alice wat meer sexy proberen te maken. Overigens wordt naar mijn mening de vertaling van Sofia Engelsman onderschat (de boekverkoopster van de kinderboekenwinkel dacht zelfs dat het een navertelling was). Als u het mij vraagt is deze volledige vertaling met zijn moderne illustraties op dit moment de meest geschikte uitgave voor kinderen. |
En hoewel ik de vertaling uit 1989, die zoveel aandacht heeft gekregen, die van Nicolaas Matsier, en wel in verschillende uitgaven en met verschillende illustratoren, niet graag zou missen, geef ik voor volwassenen toch nog steeds de voorkeur aan de uitgave in de vertaling van Alfred Kossman en C. Reedijk uit 1947, De Avonturen van Alice in Wonderland en Spiegelland, beide boeken in één band en met de klassieke illustraties van John Tenniel.
|
|
|
De
vertaling van Matsier werd in nieuwe uitgaven van groot, maar wel verschillend
formaat, uitgebracht, zoals ook de illustratoren van de twee boeken verschilden,
en met een harde kaft, kortom uitgaven speciaal voor kinderen. Toch was voor
kinderen het verschil tussen de vertaling van aan de ene kant Reedijk en Kossman
en aan de andere kant Matsier niet erg groot. Ook Matsier staat vol woorden als slechts,
echter, alvorens en buitenissig (Reedijk en Kossman geeft voor het
laatste woord: merkwaardig; Engelsman: gek). De uitgaven vanaf 1989
(vertaling Matsier) waren vaak prachtig, zij het door de verschillende formaten
en illustratoren wat rommelig als je ze naast elkaar zet. Ze waren als boek zeer
aantrekkelijk voor kinderen, maar niet zo erg wat betreft de taal. Zeer
belangrijk was de hernieuwde aandacht die Carroll's meesterwerken kregen.
|
|
Op
de illustraties van Helen Oxenbury is Alice een leuk, 21e eeuws meisje. De
verhouding tot het Witte Konijn lijkt belangrijker dan tot poes Dina of
tot de Witte Ridder. Deze laatste Don Quichotte-achtige figuur zou model
staan voor Carroll zelf. Hij neemt met moeite afscheid van de opgroeiende
Alice, die onbekommerd haar volwassenheid als Koningin tegemoet gaat. |
|
|
De overige personages zijn gelukkig een stuk minder zacht en zoet getekend dan Alice en het Witte Konijn. Ook hier blijkt weer dat Alice steeds opnieuw prachtige illustraties weet aan te trekken. Rechts De Witte Ridder van John Tenniel |
||
Juist
om allerlei verbasteringen en navertellingen voor kinderen overbodig te maken,
moeten er voortdurend nieuwe, moderne en volledige vertalingen gemaakt worden
die de oorspronkelijke tekst in hedendaags Nederlands weergeven. Voor de
allerjongsten kunnen hieruit dan boekjes met stukjes (letterlijke) tekst met
telkens nieuwe illustraties samengesteld worden. Wel zou ik ze ook regelmatig
van de schat aan oude illustraties laten genieten, zeker als ze wat ouder
worden. (Ik voel me net Carroll die op een bepaald moment pleit voor een
speciale bijbeluitgave voor jonge meisjes, met illustraties waarvan de rechten
zijn verjaard en die dus kosteloos gebruikt kunnen worden. Ik moet hier even
kwijt hoe verbaasd ik ben, en hoe verfrissend ik het vind, dat in de twee
beroemde boeken, zeker van een diaken al Dodgson (Carroll), geen God of een
gebed voorkomt, zelfs niet als de kleine meid in nood is. Voor wonderen heeft
Alice geen bovennatuurlijke wezens nodig. Kom daar maar eens om in de
Nederlandse (kinder)literatuur vanaf 1865) Ook voor volwassenen moet er
ongeveer elke 25 jaar een nieuwe vertaling gemaakt worden. Maar de echte
liefhebbers zullen die vertalingen naast elkaar blijven lezen, zoals ze ook
regelmatig de oorspronkelijke Engelse tekst erbij zullen nemen.
|
|
Links
Disney-Alice, borduurstukje; rechts
Disney-kaft, inhoud naverteld |
|
Ondertussen ben ik heel wat 'Alices' tegengekomen.
Op weg naar Alice in Zierikzee
Het begon met mijn eigen boekenrekken, met boekhandels in de buurt, nieuw en tweedehands. Dan internet: Marktplaats, Marktplaza, Antiqbook. Ik kreeg prachtige boeken te pakken: The Penguin Complete Lewis Carroll, The Looking-glass Letters, The Illustrated Biography, Lewis Carroll Victoriaans Fotograaf, Alice in Wonderland met de illustraties van Lewis Carroll zelf. Van Alice in Wonderland kreeg ik vertalingen van Eelke de Jong, van Nicolaas Matsier, ik kreeg navertellingen, verbasteringen, Disney kleuterboekjes, videobanden, dvd's, en tenslotte ook The Annotated Alice en The Annotated Shark en een vertaling uit 1999 van Sofia Engelsman met illustraties van Helen Oxenbury. Het waren vaak meisjes en vrouwen die hun 'Alice' te koop aanboden (al vond Alice zelf dat wel een beetje vreemd klinken) en uit de rest van hun 'winkel' leek soms een levensverhaal af te leiden. De emailcontacten verliepen zeer simpatiek zonder familiair te worden. Mijn enthousiasme voor mijn Alice-project werden gewaardeerd. Toen ik een prachtig Alice in Wonderland-puzzelboek zag, en ook nog een dik boek van Jacob Cats op hetzelfde adres in Zierikzee, besloot ik de Alice-levenshouding aan te nemen, rustig met mijn laptop in de trein te gaan zitten (wat ik nog nooit had gedaan; ik vergat hem onderweg dan ook twee keer maar raakte hem niet kwijt) en met een vrij-reizenkaartje dat ik nog had van Amsterdam naar Zierikzee te reizen, waar ik nog nooit was geweest, en zo de verzendkosten uit te sparen.
|
|
Vanaf Goes moest ik verder met de bus. Dat duurde even en ik wandelde Goes in en maakte wat foto's. Ik kon nergens een strippenkaart kopen, er was geen automaat op het station. De vrouwelijke chauffeur, in de veertig, kort blond haar, knap en lief, gebruikte haar eigen chipknip om te zorgen dat ik maar 2,70 euro hoefde te betalen. Ze wist niet of ik in Zierikzee een kaart kon kopen. "Maar misschien treft u mij op de terugweg weer," zei ze. |
|
Het puzzelboek met prachtige illustraties van John Tenniel vond ik in Zierikzee |
|
|
|
Het puzzelboek had prachtige, ingekleurde
afbeeldingen die door John Tenniel waren vervaardigd. Ik zou er eerst zelf
van genieten en er daarna ons vriendje Çengis op zijn derde verjaardag
blij mee maken. Zo gebeurde het. Maar ondertussen had ik het prachtige
Alice-puzzelboek nog een keer, voor mezelf, gekocht.
|
Hoe het met Renate Dorrestein, Chris Keulemans en mij afliep.
Enkele
boeken die volgens mij iets met Alice
te maken hebben:
1.
Fabels (ca 600 vC),Aesopus;
2.
Divina Commedia (ca 1321), Dante;
3.
Gargantua en Pantagruel (1532 - 1552), Rabelais;
4.
Don Guichotte (1606), Cervantes;
5.
Fabels (1664), La Fontaine;
6.
Sprookjes van Moeder de Gans (1697), Perrault;
|
7. Gullivers Reizen (1726), Swift; 8. Baron Munchausen (1785), Raspe; 9.
Sprookjes (1812- 1822), Gebr. Grimm; 10.
Peter Pan (1904), 11.
The Penguin Complete Lewis Carroll (1982) , 12.
Lewis Carroll, An Illustrated Biography (1977), Derek Hudson; |
|
13.
Lewis Carroll, Looking-Glass Letters (Illustrated Letters)(1991), Thomas Hinde;
14.
Lewis Carroll, Victoriaans Fotograaf (1979)
15.
The Annotated Alice, Martin Gardner; (revised edition 1970)
16.
The Annotated Snark, Martin Gardner; (revised edition 1974)
17.
Lewis Carroll,
18. Lewis Caroll, De avonturen van Alice in Wonderland en Spiegelland, vert. Alfred Kossman en C. Reedijk, elfde druk 1987;
19.Lewis Caroll, Alice in Wonderland, vert. Eelke de Jong, 1981;
20.Lewis Caroll, Alice in Wonderland, vert. Nicolaas Matsier, 1989;
21.Lewis Caroll, Alice in Wonderland, vert. Sofia Engelsman, 1999;
22. Lewis Carroll, Achter de Spiegel, vert. Nicolaas Matsier, 1998;
23. Haar kop eraf!, Renate Dorrestein, 1987, 1989.
24. Peter Pan, J.M. Barrie, vert. A.C. Tholema;
25. Toen Peter Pan nog bij de elfjes woonde, J.M. Barrie, vert. Hans Kuyper, 2004
-----------------------------
Aan
onderstaand gedicht, gepubliceerd in HetWerk44, zijn de vetgedrukte
regels toegevoegd. Reden: het (na)kijken was niet compleet. Waarom dat zo
belangrijk is, leg ik nog een keer uit. Het heeft met een gedicht van Boon te
maken, waarin de vader van zijn vrouw niet naar de meisjes mag kijken.
Voor Pettra
Zomer in Boedapest
|
De
Hongaarse meisjes dragen
hun borsten op een
dienblaadje voor zich
uit. Ze zijn
er trots op als op
hun zomer. Hun
navels kijken je aan boven hun
broeken en rokjes
laag op de dijen. Ter
vervolmaking plaatsen
ze al hun pronkstukken op een
voetstuk van
tenminste tien centimeter hoge
hakken. Draaiend en golvend verdwijnen
hun strak verpakte heuvels.
En
verklaren de zomer in Boedapest voor geopend.
|
|
||
|
|
Zomers andere kant (natuurgedicht, de
dichter en zijn boom) of Wouters alleenspraak (politiek gedicht,
een bang voorgevoel) De droogte dwingt de
spar uit
zelfbehoud een voor een zijn onvolwassen
groene kegels af te stoten. Een goed doel, maar niet minder
droevig klinkt hun plof. Hun hars hecht zich
nog even aan mijn handen. Met zeep neem ik
afstand, ik heb ze al eerder
laten vallen. Later vieren de
eekhoorns feest, er resten roestige,
afgekloven kolfjes. Schuldig leun ik
tegen de boom die mij houvast
biedt. |
|
|
Even
terug naar de
zomergedichten van Meurs A.M. (Tja,
die zomer)
De eerste versie van Zomer in Boedapest staat in HetWerk 44, literair kladschrift van Meurs A.M., van 12 juli 2006.
Na voltooiïng van het natuurgedicht ’Zomers andere kant’ bleek je het ook totaal anders te kunnen lezen: met een andere titel werd het opeens een politiek gedicht.
HetWerk bestelt u door €2 of €3 (dubbelnr)over te maken naar postbank 7646016 van Meurs A.M. Amsterdam o.v.v. uw adres.
Behalve van dit tijdschrift is Meurs A.M. de auteur van de roman Aan de Lange Weg (2004) en Spelen, 4 theaterstukken (2006). www.meursam.nl
Van HetWerk45/46, maandelijks
literair kladschrift van Meurs
A.M, werden 125 exemplaren
genummerd en gesigneerd. Dit is nr.:
Overigens ben ik
van mening dat Israël onmiddellijk en onvoorwaardelijk alle bezette gebieden
moet ontruimen.