Dit is voor een groot deel HetWerk45/46, de Alice in Wonderland-special van Meurs A.M. Voor 4,30 euro (3 plus 1,30 verzendkosten) krijgt u het echte nummer, in zwartwit, thuis.Mail naar meursam@hotmail.com

Er is ook een prachtige luxe uitgave gemaakt, waaruit het tijdschriftachtige karakter is verwijderd, opnieuw gelayout, ander lettertype, meer illustraties (ruim 50 totaal), op fotopapier, 24 pagina's in kleur. Daarvan is de eerste oplage, 1-25 genummerd en gesigneerd, uitverkocht. U tekent in voor de tweede oplage, genummerd van 26-50 en gesigneerd, door een mail naar: meursam@hotmail.com 20 euro inclusief verzendkosten.

Op verzoek van Ton Schimmelpennink van boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam zou ik voor hun Herfstbode een stukje van driehonderd woorden over een jeugdboek schrijven. Maar om dit korte stukje te maken moest ik eerst het hele, het lange verhaal vertellen. Het gaat over boeken en over schrijven. Over het recht opeisen en de tijd nemen om uit te weiden, om dingen rustig uit te schrijven. Dit verhaal is het tegendeel van het parmantige cliché schrijven is schrappen. Het gaat over ontmoetingen met personages en ook met personen, zij het meestal op schrift.

De kern van dit verhaal is eenvoudig. Het jeugdboek dat mij in mijn schrijven het meest heeft beïnvloed is Alice in Wonderland. Dus gaat dit verhaal over dat boek. Ik kan me niet herinneren het als kind te hebben gelezen, al zal ik er wel in allerlei bewerkingen mee in aanraking zijn gekomen. Het werd waarschijnlijk als een jongemeisjesboek beschouwd.

Maar ondertussen heb ik op zoek naar mijn verhaal over Alice in de afgelopen maanden een hele weg afgelegd, een weg geplaveid met vele boeken. Het eerste boek waarnaar ik in mijn boekenkast (en in de stapels die overal liggen, inderdaad ja) heb gezocht was niet Alice in Wonderland maar een boekje van Renate Dorrestein over dat boek. Het heet: Haar kop eraf! En daar begon het al. Ik had hiervan twee uitgaven die er totaal verschillend uitzagen. Het waren de uitgaven in druk van een lezing die Renate Dorrestein op 18 december 1987 hield in boekhandel De Verloren Tijd in Amsterdam.  Chris Keulemans was zijn boekhandel en zijn stichting Perdu begonnen in de Gerard Doustraat, daarna naar de Kerkstraat getrokken, en nu zit Stichting en Poëzieboekhandel Perdu al weer geruime tijd onder één naam, en al heel lang zonder Chris Keulemans, aan de Kloveniersburgwal. Ik zie Renate Dorrestein voor me in de Kerkstraat. 


Trek een kop als de Hertogin. Begin te lezen. Word die kop. Lees tot het eind. Ga dan door. (Vrij naar Alice in Wonderland en Zen-zin Zen-0nzin (KLuwer 1968,vertaling T. Meurs )

 

Het simpathieke gezicht van de Hertogin, hiernaast met mijn favoriete gelaatsuitdrukking, blijkt door John Tenniel rond 1864 te zijn getekend naar een schilderij van Quinten Matsijs  (1465/66-1530, Antwerpse School), hieronder links. Model zou hebben gestaan Margaretha 'Maultasch', wat ik zou vertalen als 'Zakbakkes', 'de lelijkste vrouw ter wereld' genoemd. Rechtsonder de Hertogin van John Tenniel in een vergelijkbare pose. Let ook op de hoofddeksels.

 

 

 

 

Links Quinten Matsijs, rechts John Tenniel

 

De Lange Alice,

een verhaal over Alice in Wonderland en nog veel meer 

 

De reputatie van Renate Dorrestein was er een van fanatiek feministe en mannenhater. Ik keek geïnteresseerd naar haar, totaal onbewust van wat ze voor me zou gaan betekenen. Ze had een dubbele kin. Ik zal wel zoiets gedacht hebben als: lekker puh!. Tenslotte zouden we het die avond over een meisjesboek hebben en dat lekker puh! paste daar wel bij. Maar ze had ook mooie, ik herinner me, bruine ogen en een leuke lach en ze was dol op mannen; dat zag ik meteen aan de manier waarop ze met de inleider/interviewer (was dat Chris Keulemans?) omging.

De lezing, en ook het boekje heeft dat, had een ondertitel: Alice als ideale heldin voor hedendaagse feministes. Maar dat ook dat die avond aan de orde was, wat heel erg werd verwacht, daar kan ik me niks van herinneren. Er staat wel iets over in het boekje, niet veel trouwens, maar ik herinner me er niets van. Hoewel ik meen heel goed te hebben geluisterd en ook heel goed heb gekeken naar Renate Dorrestein terwijl ze, zeer enthousiast, haar verhaal deed. Wel was ik na afloop ervan overtuigd dat Alice in Wonderland van Lewis Carroll een literair meesterwerk was en dat het me zeer zou beïnvloeden en stimuleren. En ik was Renate Dorrestein erg dankbaar. Een poosje later, nadat ik de De avonturen van Alice in Wonderland en Spiegelland gelezen had, was ik ook Lewis Carroll zeer dankbaar. Dat me niets is bijgebleven van de feministische invalshoek van de lezing van Renate Dorrestein, kan ik nu alleen verklaren door het feit dat blijkbaar de zeer grote literaire én maatschappelijjke waarde, de algemene waarde van Alice in Wonderland zo duidelijk op me werd overgebracht dat het volkomen vanzelfsprekend was dat alle discriminatie daarin belachelijk werd gemaakt. Alice is superieur en Alice is een meisje, maar ze is in het boek niet superieur omdat ze een meisje is. Ze heeft trouwens, is me altijd al opgevallen op de beroemde, oorspronkelijke illustraties van John Tenniel, wel een erg groot en volwassen hoofd in verhouding tot de rest van haar lichaam. Dat zal vast zijn omdat ze zo’n verstandig meisje is.  

           (John Tenniel)

De eerste uitgave van het boekje van Renate Dorrestein (als ik per woord betaald werd zouden al die uitweidingen me niets uitmaken, of juist wel, ik zou eraan verdienen, maar nu doe ik het omdat ik hoop dat ze u interesseren of dat u ze misschien wel mooi vindt. Een heel leuke reactie zou ik vinden - sprak de Alice in mij - als u van mijn uitweidingen zou zeggen: superieur geouwehoer, maar dat is misschien een beetje teveel gevraagd. Iemand anders zou zeggen: ‘Maar dat is misschien een brug te ver,’ maar dat zeg ik niet, want dat vind ik een te pas en te onpas gebruikte kolere/cliché-uitdrukking, die er bovendien toch weer, net als bij die brug ja, net naast zou zitten… die dus in dit geval, zoals in de meeste gevallen, weer net niet helemaal goed gebruikt zou worden)… De eerste uitgave dus, we beginnen gewoon opnieuw, (oplage 400) was er een die er als een groen/grijs/blauw verkleurd langwerpig schriftje uitzag, het had duidelijk met een ander, wat kleiner, boek boven op zich in de zon gelegen. Als je soberheid kunt uitstralen, dan deed dit schriftje dat, het straalde dus heel weinig, bedoel ik. Met de andere uitgave, de tweede druk van twee jaar later (mei 1989), was ook iets.

Die zag eruit als een Delfsblauwe tegel waarop een collage gemaakt is van een heleboel tekeningen uit Alice in Wonderland, best mooi, maar de kaft is een centimeter smaller dan de rest van het boek, waardoor je verticaal HET BOEK ALFA kunt lezen, wat op het volgende blad staat, zoals je dat ziet bij de indeling van (kantoor) agenda’s, en dat maakt het allemaal weer een beetje kinderachtig.  Maar ja, Alice brengt blijkbaar het kind in ons boven.

Ik had dus al twee boekjes in mijn hand en daar was de eigenlijke Alice nog niet bij. Maar de uitweidingen hierboven zijn over twee boekjes die er toe doen, die met het verhaal wat ik wil vertellen te maken hebben. Toch hecht ik eraan te mogen uitweiden over boeken die ik wel op zoek naar Alice tegenkom maar die niets met haar te maken hebben, of als dat wel zo is, is dat net zo’n toeval als dat ik ze ben tegengekomen. Ik moet ondertussen een beetje aan Charlotte Mutsaars denken die ik vorige week, in het echt, ben tegengekomen, en die ik ook een soort Alice vind, iemand die Alice’s kijk op de wereld heeft weten te behouden en op sublieme wijze in verhalen weet uit te drukken.

Ik ben van mening dat je je bij het lezen, zelfs bij het (opnieuw) inkijken van boeken, best mag laten leiden. (Ik zeg wel altijd heel stoer dat ik alleen lees om te kunnen schrijven, maar dat is niet helemaal waar. Misschien is het andersom waar: ik lees niet (verder) als ik er niets aan heb om te kunnen schijven. Maar er iets aan hebben, mag u dan in heel brede zin opvatten.) Ik laat me graag leiden – waar moet een keuze voor een bepaald boek anders op gebaseerd zijn? – door een enthousiaste aanbeveling maar ook door het toeval. Ik kijk dus ook altijd naar het boek dat op de boekenplank vlak naast het boek staat dat ik zoek, zoals ik in een woordenboek of encyclopedie ook altijd kijk naar het volgende of het vorige woord.

Ik zag naast Dorrestein Den Dolaard’s De herberg met het hoefijzer staan. Ik was vertederd. Het is een van de boeken die ik het langst heb. Het is een donkerblauwe Salamanderuitgave, waarvan ik de rug van de kaft en ook de rug van de bladzijden (noem je dat ook rug?) geplakt had, een beetje scheef, zag ik trouwens. Er staat mijn naam in en ‘St. Nicolaas 1960’ Ik was toen zestien. Het boek hoorde destijds tot de canon van de Nederlandse literatuur, het is geschreven in 1933.

 

Dit boek heeft dus helemaal niets met Alice te maken, behalve dan dat ik het tegenkwam toen ik op zoek was naar Alice. Het heeft meer te maken met mijn manier van zoeken, waarbij ik niet alleen focus maar ook naar de omgeving kijk. Dit is overigens geen politiek standpunt, hoewel veel politici ervan zouden kunnen leren, en ik zeg evenmin dat het zo moet. Ik las een aantal bladzijden in De Herberg met het hoefijzer. Ik wist nog ongeveer waar het zich afspeelde en behalve nostalgie maakten de gebeurtenissen in nu ex-Joegoslavie het voor mij opnieuw interessant. Het bleek bovendien goed geschreven. De hoofdpersoon, een Engelsman, kwam aan in Scutari in het noorden van Albanie, dat toen een Italiaans protectoraat was.

.  

Een paar weken nadat ik dit gelezen had typte ik <Scutari> in op internet. Bij het Scutari dat ik zocht, kreeg ik, behalve dat het een interessante, zeer oude geschiedenis (300 BC) had, twee mooie dingen: ten eerste een prachtig kaartje uit het begin van de vorige eeuw waar alle belangrijke namen van plaatsen uit de recente geschiedenis van ex-Joegoslavie op stonden, én… de naam van een boek (dat dus ook helemaal niets met Alice te maken heeft), namelijk een van Ismail Kadare, een boek dat ik toevallig een paar maanden geleden gekocht had omdat het bij de Slegte in de aanbieding lag naast een boek wat ik zocht om cadeau te geven, en dat was Tuinfeest van Konrád (Hier schrijf ik nog een ander stukje over.). Over Kadare zei een week geleden een vroegere strijdmakker (strijdmakker waarin ga ik hier nu niet uitleggen, maar ik zou zeggen: zie mijn Revolutionaire Jeugd-verhalen) dat hij altijd gedacht had dat het vroegere communistische Albanie toch niet zó slecht kon zijn als ze daar een schrijver als Kadare zijn gang lieten gaan. Maar dit, echt, terzijde

Het boek van Kadare, Dossier H., heeft als ondertitel  Een spannende speurtocht door de Albanese bergen: op zoek naar de laatste Homerus. Daarmee is meteen duidelijk waarom het op een site bij Scutari stond, Scutari ligt aan de voet van de bergen in het Noorden van Albanïe. Op het kaartje uit het begin van de vorige eeuw vind je bovenaan Srebrenica (aha, daar gaat ons geweten spreken), naar links iets lager Sarajewo, nog lager aan die kant de rest van Herzegowina dat aan de Adriatische kust weer naar rechts onder Montenegro doorgaat. Nog meer naar rechts ben je onder Montenegro in het noorden van Albanie terechtgekomen en wel op de hoogte van Scutari. Het blijkt trouwens dat Nederland nog een stukje militaire geschiedenis in dat gebied heeft, en dan heb ik het niet over Srebrenica maar over Albanie, een zogenaamde vredesmissie en wel in 1913/1914 (http://www.ethesis.net/albanie/albanie.htm; hier vindt u ook dat prachtige kaartje)  

 

Om het niet te ingewikkeld te maken ga ik door over boeken die ik op zoek naar Alice tegenkwam en die niets met haar te maken hebben (voor zover ik wist). Eigenlijk moet ik zeggen: boeken die ik tegenkwam op zoek naar Alice zonder naar deze boeken zelf op zoek te zijn omdat ik meende dat ze iets met Alice te maken hadden. Ik kwam Peter Pan tegen zonder dat ik ernaar op zoek was,ik was namelijk in een antiquariaat op zoek naar Alice in Wonderland, om cadeau te doen inderdaad ja. 

Dat ik Peter Pan en trouwens ook Toen Peter Pan nog bij de elfjes woonde tegenkwam toen ik in een boekenrek naar Alice zocht, is natuurlijk niet zo gek, want zowel Alice als Peter Pan worden beschouwd als kinderboeken en daar hebben sommige boekhandels er niet zo veel van, dus staan de boeken die ze wel hebben al gauw dicht bij elkaar. Aan de andere kant kun je zeggen: als ze niet veel kinderboeken hebben, is het bijzonder dat ze dit wél hebben. Tenzij ze alleen heel bijzondere kinderboeken willen verkopen. Alice hadden ze trouwens niet. Maar in een tweedehands boekhandel is het natuurlijk altijd een beetje toeval wat ze wel of niet hebben, aanbod, weet u wel. Zo’n boekhandel zorgt niet om bijvoorbeeld altijd één exemplaar van Alice in Wonderland in voorraad te hebben, voor het geval ik langskom. Gewone, eerstehands boekhandels, doen dat wel, maar niet speciaal voor mij.

De eerlijkheid gebiedt mij trouwens te zeggen dat deze tweedehands boekhandel Alice wel had, en wel in de vorm van The Pinguin Complete Lewis Carroll, zoals ik op www.antiqbook.com ontdekte. Ik ging terug, een uitdraai als bewijs in mijn hand. Het was niet verwonderlijk, zei de boekverkoopster, dat ik het niet gezien had. Ze had in de computer gezien dat het boven stond. Ze ging een zeer steile houten trap op en bracht het boek mee. Ik stelde me voor dat het daarboven naast een rustbank lag. Ik onderdrukte de vraag of haar ‘bazin’ het wel zou kunnen missen.

 

Zoals Renate Dorrestein er mij van overtuigd heeft dat Alice in Wonderland een geweldig goed boek is, zo heeft Kees Fens door middel van een column in de Volkskrant er mij ooit van overtuigd dat Peter Pan een geweldig goed boek is. En in ieder geval dat de schrijver J.M. Barrie een belangrijk man was. Sindsdien heb ik Peter Pan dan ook verschillende keren cadeau gedaan. (Ja, dat geloven we nu wel dat je wel eens boeken cadeau doet) Ik kwam Peter Pan dus toevallig tegen, kocht beide boeken van J.M. Barrie, bladerde ze door en zag dat de avonturen van Peter Pan in Nimmerland alles te maken hadden met die van Alice in Wonderland, inclusief de, in dit geval zachte, spot met de wereld van de volwassenen. Alice is harder. Verderop kom ik terug op Peter Pan.

Nederlandse uitgave uit 1979. Helmut Gernsheim (her)ontdekte Carroll als fotograaf en publiceerde zijn boek Lewis Carroll Photographer in 1949. Op de foto Alice Liddell poserend als bedelmeisje. Zij stond model voor de Alice in Wonderland en kreeg (niet op Kerstmorgen 1862, zoals de vertalers Alfred Kossman en C. Reedijk beweren; en ook niet op Kerstavond 1865 zoals Renate Dorrestein zegt - wat is dat voor een Kerstromantiek? - op 26 november 1864 het eerste manuscriptboek (Alice's Adventures Underground) met tekeningen van Carroll zelf cadeau. Wel als Kerstcadeau, zoals op een van de titelpagina's staat: A Christmas Gift to a Dear Child in Memory of a Summerday.

Carroll heeft ook wel wat met Kerst. Hij noemt dit voortdurend om iets (de eerste geschreven versie van alleen de tekst van Alice op Kerst 1862, wat niet lukt) af te ronden. Op zijn tekeningen, die de oorzaak waren dat er zoveel tijd was verstreken tussen de eerste vertelling op 4 juli 1862 en het voltooide cadeau, is, ondanks het veel langere haar, de gelijkenis (ogen, neus, lippen, uitdrukking) duidelijk. John Tenniel maakte zijn beroemde tekeningen voor de officiele, gedrukte uitgave (juli 1865) met een meisje met lang (blond) haar en een vrij spitse neus (en een groot hoofd dus). John Tenniel, de tekenaar, was overigens de oorzaak dat het gedrukte boek niet met Kerst 1864 verscheen, zoals Carroll had gewild. Hij was bovendien de oorzaak dat het gedrukte boek van juli 1865 werd afgekeurd en teruggetrokken en dat de goedgekeurde druk verscheen vlak voor Kerst 1865. Alice Liddell krijgt dan haar derde versie van het boek. Kortom, Kerst speelt een grote rol. En tussen de eerste (18000) en de derde versie (35000) van het boek is een verschil van ongeveer 17000 woorden. Terwijl Carroll met zoveel moeite en gedurende zo'n lange tijd aan zijn tekeningen bij het verhaal van 17000 woorden voor Alice Liddell persoonlijk werkte, had hij zijn verhaal voor de uitgave in druk uitgebreid tot 35000 woorden, waarvoor de Punch-cartoonist John Tenniel aan de tekeningen bezig was. Die gedrukte uitgave zou Alice in Wonderland gaan heten. Ik zeg het maar even omdat ik een Nawoord bij een vertaling van Eelke de Jong heb gezien, waarin staat dat de uiteindelijk gedrukte versie "iets langer" is dan de eerste (manuscriptboek)versie. In werkelijkheid scheelt het dus meer dan de helft. Zo komen nou de ongelukken in de wereld.

Op deze tekening van Carroll voor de eerste versie, het manuscriptboek Alice's Adventures under Ground (26 november 1864) is, ondanks het veel langere haar, de gelijkenis (ogen, neus, lippen, gelaatsuitdrukking) met Alice Liddell duidelijk. Vanwege dat lange haar en ook omdat de echte Alice tussen die beroemde zomerdag in juli 1862 en november 1864 dus ruim twee jaar ouder was geworden, wordt ook wel beweerd dat Alice's jongere zusje, dat wel lang haar had, het model was geweest. Maar het lijkt me duidelijk dat de tekening is gemaakt naar de foto van Carroll die op de kaft staat van het boek hierboven. Zelfs de scheve stand van het hoofd ten opzichte van het lichaam is gelijk.

 

Carroll en beeld

 

Foto: Lewiss Carroll - Alice in wonderland

In deze Engelse uitgave zijn de tekeningen opgenomen die Lewis Carroll zelf gemaakt heeft voor het manuscriptboek dat toen nog Alice's adventures underground heette. Overigens is de illustratie op deze omslag, zonder dat dit wordt vermeld, weer duidelijk gebaseerd op de beroemde tekeningen van John Tenniel die de eerste boekuitgave van Alice in Wonderland(1865) opsierden. Het was Carroll sterk afgeraden zijn eigen tekeningen bij zijn verhalen te gebruiken. Naast de genialiteit van de tekst toont dit boekje voor mij dan ook niet alleen de interessante fantasie zoals die door Carroll zelf in beeld werd gebracht, maar ook zijn tragiek als tekenaar. Zijn verhalen werden steeds lovend onthaald, zijn tekeningen steeds geweigerd.

 

Overigens is de geschiedenis van de illustraties bij Alice in Wonderland een verhaal apart. Tot op de dag van vandaag hebben beroemde illustratoren hieraan bijgedragen en hierbij vaak grote hoogten bereikt. Carroll en beeld hebben alles met elkaar te maken: behalve dat hij zelf tekende, was hij in zijn tijd een bekend fotograaf, vooral van jonge meisjes. Zie de afbeelding van het boek ‘LEWIS CAROLL victoriaans fotograaf’. Het is niet voor niets dat er een ‘Illustrated Biography’ is van Derek Hudson en dat er ‘The illustrated Letters’ (Looking-Glass Letters) van Thomas Hinde zijn. Zie ook de afbeeldingen van deze boeken.

1. Lewis Carroll

2. John Tenniel

3. Arthur Rackham

Lewis Carroll( Charles Dodgson, 1832-1998) en Alice in Wonderland hebben, behalve met een geniale tekst, alles met beeld te maken. Dat begint bij Carroll zelf en gaat door tot op de dag van vandaag. In de tekst beperkt Carroll zich tot een rake typering van de personages. In zijn eerste versie (het manuscriptboek )voegde hij zijn eigen tekeningen toe (1). In de eerste uitgave in druk kwamen de klassiek geworden tekeningen van John Tenniel (2). Tientallen grote illustratoren traden in zijn voetspoor. Een van de beroemdste is Arthur Rackham(3), die ook nu nog zeer populair is in allerlei animaties. En dan hebben we het nog niet eens over Disney-Alice (Sneeuwwitje, Doornroosje, Assepoester) of over Heidi-Alice, in Wenen gemaakte tekenfilms die kwa beeld niet slecht zijn maar die, net als de stroom aan kleuterboekjes die erop volgen, de humoristische vertelkunst van Carroll totaal geen recht doen.

 

Lewis Carroll was in zijn tijd al een bekend fotograaf, vooral van portretten. Zie het boek Lewis Carroll, Victoriaans Fotograaf. Ook gebruikte hij zijn foto's vaak als model voor zijn tekeningen. Carroll heeft in zijn enthousiasme voor het beeld velen meegesleurd. Het is geen toeval dat zo'n man An Illustrated Biography (door Derek Hudson)  en een uitgave van The Illustrated Letters (door Thomas Hinde) heeft gekregen.

 

Vertellen en associëren

Ik hou van Alice vanwege haar onbevangenheid. Ze kijkt naar alles alsof zij degene is die alles voor het eerst ziet. En ook hou ik van haar omdat ze in haar kijken, haar denken en redeneren de wereld van de volwassenen een lachspiegel voorhoudt. Maar vooral hou ik van haar geredeneer. Daarin is ze onweerstaanbaar, je zou haar op dat moment willen knuffelen.         Ik hou van Alice omdat ze dingen letterlijk neemt. Dat is niet alleen humoristisch, maar is ook weer een soort onbevangenheid: je trekt je even niks aan wat voor betekenissen anderen al aan een ding of een gebeurtenis gegeven hebben. Ik hou van Alice omdat ze zo goed kan associëren. Ze gaat makkelijk van het een naar het ander. In combinatie met onbevangenheid  en letterlijkheid levert dat komische situaties en een glimlach op, de glimlach van de Hertogin

Het associëren van Alice is (natuurlijk) eigenlijk het associëren van Carroll. En dan bedoel ik niet de open deur omdat hij de schrijver is, maar omdat hij de verteller is, letterlijk. Zoals bekend begon Carrol op 4 juli 1862 in een bootje op de rivier aan de 10-jarige Alice Liddell en haar twee zusjes over zijn Alice te vertellen (die achter een konijn aan met een vestzakhorloge in een oneindig diep hol viel) zonder, zoals hijzelf zei, het geringste idee te hebben waar ze terecht zou komen.

Voortdurend werd hij door de jongedames aangespoord om door, door te gaan. In zo'n situatie moet je werkelijk alles gebruiken wat je ziet en wat je denkt om door te kunnen gaan. Je blik kan hongerig springen naar alles om je heen wat je maar kunt gebruiken maar kan ook diep in je binnenste zijn gericht waar het verhaal zich ontrolt, en de woorden die uit je mond komen zijn de vrucht van de wisselwerking tussen de twee. De associatie -het een trekt je naar het ander- is dan de toverformule. Vertellers die ter plekke een verhaal verzinnen kunnen niet zonder. Alice in Wonderland - hoezeer later ook uitgebreid en subliem op schrift uitgewerkt - heeft gelukkig nog alle kenmerken van het spontaan verzonnene. In die zin lijkt Alice het meest op de Baron van Munchausen

Het is, wil dit verhaal ooit worden afgerond, niet vol te houden om over elk boek te schrijven dat volgens mij iets met Alice te maken heeft, laat staan over elk boek dat ik op zoek naar Alice tegenkwam. Maar wat geschreven is blijft geschreven en blijft staan, desnoods alleen op internet. Voor twee boeken die iets met Alice van doen hebben maak ik een uitzondering. Het ene is Peter Pan, het andere Baron Munchausen. Voor het overige bent u op de literatuurlijst aangewezen en dan komt u, helaas zonder verdere motivatie, boeken tegen als Divina Comedia van Dante en Don Quichotte van Cervantes. 

 De overeenkomst tussen Alice en de Baron is het spontane vertellen en de (daarvoor onmisbare) associatieve fantasie. Alice is oorspronkelijk ook echt spontaan verteld, de Baron is dat niet. Maar de schrijver van de Baron, R.E. Raspe, heeft zich wel zodanig in zijn voorbeeld, de echte Freiherr von Münchhausen en inderdaad beroemd om zijn sterke verhalen, ingeleefd dat hij daadwerkelijk zit te vertellen, 'Mijne Heren'. Kon de echte Freiherr nog uit zijn ervaringen putten, Raspe was volkomen op zijn fantasie aangewezen. En dan krijg je zulke flauw/leuke associaties (ik maak er nu zelf eentje) als: 'Ik had, mijn Heren, alle raad van ervaren reizigers en kenners van de huidige toestand hooghartig afgewezen en was, komend over een heuvel, plotseling volkomen ingesloten door een bende woestelingen. Ik verfoeide nu mijn hooghartigheid en voelde me werkelijk voor paal staan. Na een ogenblik nadenken besloot ik van de nood een deugd te maken, klom in de paal, had een prachtig uitzicht over de omgeving en zag al gauw een uitweg uit de omsingeling, die mijn belagers bij gebrek aan overzicht, was ontgaan.' Hetzelfde zoeken naar een houvast (de paal) om verder te kunnen, hoor ik bij moderne vertellers als Willem de Ridder. Van het een kan (zonder enige redelijke beperking) makkelijk het ander komen. Dat is ook wat er in Alice in Wonderland gebeurt.

Alice en Peter, van Wonderland naar Nimmerland

J.M. Barrie is geboren in 1860, Alice in Wonderland, verscheen in 1865, was meteen beroemd en men moet de kleine Barrie er dan ook al gauw uit voorgelezen hebben.

(Arthur Rackham)

Barrie schreef pas voor het eerst over Peter Pan in 1902, en wel in 6 hoofdstukken in een roman voor volwassenen: The little white bird. In 1904 heeft zijn toneelstuk Peter Pan zo’n succes dat de uitgever van The little white bird de zes hoofdstukken over Peter Pan afzonderlijk uitgeeft als Peter Pan in Kensington gardens. Ook dit wordt een succes. Pas in 1911 schrijft Barrie de romanversie van Peter Pan.

Toen Peter Pan nog bij de elfjes woonde, de vertaling van Peter Pan in Kensington gardens, is verschenen in 2004 en de vertaler, Hans Kuyper schrijft een mooie uitleiding, waarin eigen onderzoek van de vertaler is verwerkt naar de dood van Barrie’s oudere broer David, die op 14-jarige leeftijd, wanneer Barrie 6 jaar is, sterft aan een verwaarloosde hersenvliesontsteking. De gevolgen voor het gezin zijn verschrikkelijk, er wordt zelfs een andere lezing van de doodsoorzaak verzonnen (schaatsongeluk) die in de officiële biografie terechtkomt. Hans Kuyper zet dit recht.

 Alice in Wonderland en Peter Pan zijn beide spottend theatraal, hebben zeer theatrale scènes, zoals bij Alice de Zeekrab-quadrille en de rechtszaak over de gestolen taartjes. Maar Barrie drijft (hoewel er veel bloed vloeit en er vele doden vallen) in Peter Pan de spot met alle realisme door de lezer van bovenaf de 'setting' de laten zien waarin alles plaatsvindt: 'Op deze avond waren de hoofdmachten van het eiland als volgt verdeeld. De zoekgeraakte jongens zochten Peter, de zeerovers zochten de zoekgeraakte jongens, de roodhuiden zochten de zeerovers, en de dieren zochten de roodhuiden. Ze trokken in een kring over het eiland, maar ze haalden elkaar niet in, want ze liepen allemaal even hard'

Barrie zit er als verteller ook voortdurend tussen, de meest spannende en ontroerende scènes onderbreekt hij met zijn geouwehoer. Niks mee laten slepen, niks onder laten dompelen, niks soap. Ze lachen eigenlijk met alles, die Carroll en die Barrie, en hun helden zijn allesbehalve braaf. Daarom hebben sommigen ook moeite met zowel Alice als met Peter Pan: ze zijn niet aandoenlijk, zoals Sneeuwitje en Assepoester, het zijn geen tranentrekkers. Dat spotten met alles, met de werkelijkheid voorop, en dat allesbehalve braaf zijn, hebben ze ook gemeen met Baron Munchausen, een ander Brits succesboek, dat al vóór hen de wereld had veroverd.

Veel overeenkomst tussen Carroll en Barrie

Er is ook veel overeenkomst tussen de schrijvers Carroll en Barrie. Beiden hielden eigenlijk alleen maar van kinderen, maar Carroll alleen van meisjes en Barrie alleen van jongens. Beiden onderhielden een speciale band met een bepaald gezin vanwege de kinderen. Carroll met de familie Liddell en Barrie met de familie Llewelyn Davies. Van de zusjes Liddell kiest Carroll dan speciaal voor Alice, die tien is als hij de zusjes het verhaal van Alice Underground vertelt.Voor Barrie is het van de broertjes Llewelyn Davies vooral George, die hij leert kennen als deze vijf jaar oud is.

 

J.M. Barrie

 

Later is het voor Barrie ook Michael die drie jaar na de eerste kennismaking met de familie wordt geboren. Carroll kiest voor andere vriendinnetjes als Alice ouder dan twaalf wordt. Barrie is trouwer, hij adopteert het gezin eerst bij wijze van spreken en later, wanneer beide ouders zijn gestorven, ook daadwerkelijk. Hij blijft zijn lievelingsvrienden, George en Michael, trouw, ook als ze groeien (dat doet Peter Pan niet en Barrie zelf nauwelijks, hij blijft een meter zestig) en ouder worden. Maar ze worden beiden niet ouder dan eenentwintig, George valt in de Eerste Wereldoorlog, Michael verdrinkt zich zes jaar later samen met een vriend. Barrie komt dit nooit meer te boven, hij publiceert nog nauwelijks en sterft in 1937. Het leven van Barrie lijkt een stuk dramatischer te zijn geweest dan dat van Carroll. Beide zijn het grote schrijvers en grote satirici.

Hoe Alice mij beïnvloedt

Ik ben door Alice erg beïnvloed. Ik schreef kort na 1987 o.a. aan het toneelstuk Mijnwerkersmacht. Personages als De Koningin (een jongeman in een lange hermelijnen mantel) en Thatcher (een Pakistaans punkmeisje) (‘De vrije ondernemingsgewijze productie/wordt gekenmerkt door/ dat ze vrij is/ ondernemend is/ wijs is/ en productief is/ zoals de naam al zegt dus.) hebben trekken van de Hertogin en de Koningin in Alice. De Kankeraar zegt: Machthebbers/ die worden neergeschoten/ dat weten we/ hun kop eraf. (Zie voor de volledige tekst http://www.ratatouille.nl/podiumteksten/ , toets  <Zoek een tekst>, kies <Mijnwerkersmacht>. U vindt het stuk ook in mijn boek Spelen) 

 

Ik was een paar maanden geleden over Alice aan het nadenken toen de VVD-er Van Baalen in het nieuws kwam met het onderdompelen als ondervragingsmethode. Ik schreef toen spontaan een stukje over een varken in een bad. Toen ik in de dagen erna Alice in Wonderland sinds lange tijd had herlezen, realiseerde ik me dat ik in mijn stukje over Van Baalen en het martelen de ik-figuur makkelijk kon vervangen door Alice. Zie Van Balen en het martelen , vervang 'ik' door 'Alice' en pas de werkwoordvorm aan. (U mag telkens pas verder lezen als u de opdracht die u onderweg tegenkomt hebt vervuld.)

 

Van Baalen en het martelen

(Terwijl heel de wereld het wist, was de reactionaire VVD-politicus Van Baalen verbaasd dat Bush had toegegeven dat er geheime Amerikaanse gevangenissen buiten Amerika waren. Wat betreft de behandeling was Van Baalen er nog niet uit of onderdompeling tot de verboden martelmethoden behoorde.(Interview VPRO-radio 8/9/06) Soms ben je zo verbijsterd dat je niets anders kunt dan er een verhaaltje over schrijven. Leest u hieronder wat ik de volgende dag meemaakte

Ik liep door de gang en zag vanuit een ooghoek door een openstaande deur dat ze bezig waren met een varken in een bad. Door al die betegelde wanden weet ik soms niet of ik in een badhuis of in een slachthuis ben. Ik schonk er geen aandacht aan, ik dacht: dat varken is in ieder geval allang dood, want ik ken de manier waarop na de slacht met kokend water en een scheermes de haren van de varkenshuid, het zwoerd, worden verwijderd. Maar toen ik terugkwam en hoorde praten en zelfs hoorde schreeuwen, keek ik naarbinnen en zag dat het varken een brilletje op had en dat ze het niet schoren maar onderdompelden, wel bijna een minuut lang, en toen het bovenkwam proestte het hevig en was het de conservatieve politicus Van Baalen.

Ze vroegen hem opnieuw: ‘En bent u er al uit of onderdompeling tot de geoorloofde verhoormethoden behoort?’

Toen hij al proestend een ontwijkend antwoord begon te geven, dompelden ze hem opnieuw onder, nu wat langer, eindeloos lang leek het me… Dan was er weer dat geproest waartussen ‘Het ligt eraan…’, dan weer dat onderdompelen, wat ik inmiddels begon te begrijpen, de man was gewoon hardleers en hier stonden grote belangen op het spel, zoals de betrouwbaarheid en de steun van onze bondgenoot Bush. Dus leek de tijd dat hij nu onder water was al niet meer zo lang, want ik bedacht: beter nu wat langer, want als hij deze keer bovenkomt moet hij toch echt een duidelijk en geen politiek antwoord geven, dat is beter dan dat hij opnieuw onder moet, ik vond dus dat het voor zijn eigen bestwil was dat ze hem nu meer dan een minuut onder hielden.

Maar toen hij bovenkwam zei hij: ‘Als er twijfel is…’ ‘Ja, dan wat?’ schreeuwden ze, en het duurde ze te lang, je zag dat ze zelf te veel hadden meegemaakt, dat ze misschien zelf wel eindeloos waren ondergedompeld door de bondgenoten van Van Baalen en totaal geen medelijden hadden – dat bleek wel -  met zo’n droogzwemmer – wat eigenlijk een beetje een navrante benaming was gezien de situatie waarin deze zich nu bevond – zo’n droogzwemmer dus die altijd precies wist wat ‘onze jongens’ en minister Kamp en Bush moesten doen, Van Baalen, ‘onze laatste man in Irak’, zoals ze hem spottend noemden.  Ze hadden dus beslist geen medelijden, duwden hem opnieuw lang onder en het was maar goed dat Van Baalen tenslotte hoestend bovenkwam en zei: ‘Het moet stoppen.’ Ze hadden hem bij zijn haren en stonden klaar hem weer naar beneden te drukken. ‘Wat moet stoppen? Wij met jou of onderdompelen in het algemeen?’’

Algemeen,’ hoestte Van Baalen opeens zeer efficiënt en ik hoorde mezelf opgelucht uitademen en toen snel weer in, want ik had het er zelf benauwd van gekregen. Maar mijn vertrouwen in de politiek begon zich langzaam te herstellen.

----------------------------

De baby die in de armen van Alice in een varkentje was veranderd, viel me nu extra op. Dus zette zij het wezentje op de grond en voelde zich erg opgelucht toen het rustig het bos inliep. 'Als het groter was geworden,' zei ze bij zichzelf, 'zou het een verschrikkelijk lelijk kind zijn geworden; maar het is wel een aardig varkentje, vind ik.' 

Zoals we allen weten is Van Baalen helaas wel groter geworden.

Het verschil tussen de oorspronkelijke Alice en allerlei afgeleide producties

De Disney-musicaltekenfilm uit 1951, aanvankelijk bij critici en publiek slecht ontvangen, 23 jaar lang genegeerd, ook door Walt Disney zelf tot aan zijn dood in 1966, nu beschouwd als een van de Disney-filmklassiekers. Vanaf de 'psychedelische' jaren '70 kent de film een opleving. Begin jaren '80 wordt hij op video uitgebracht. In dezelfde jaren verschijnen er Oostenrijkse en Japanse tv-animatieseries. De Oostenrijkse komen ook op de Nederlandse tv en worden vergezeld van een stroom aan kinderboekjes. De Japanse serie wordt ook in de VS op tv gebracht. Ten onrechte wordt er vaak vanuit gegaan dat al die video(teken)films en platenboekjes van Disney zijn. Op dit moment zijn er nieuw helemaal geen Alice-kinderplatenboekjes in de handel. De meeste boekjes die tweedehands te verkrijgen zijn, zijn gebaseerd op de Oostenrijkse tv-serie (Alice met Bolhoedje met lint, haar verhouding als bijdehand kind tot de volwassen mensen (die bij Carroll niet voor komen) lijkt heel erg op die van plaatselijke heldin Heidi) en dateren uit de 80-er jaren.

 

Het leuke van Alice is dat 'iemand' vertelt hoe zij doet, kijkt, luistert, denkt, praat tegen anderen en tegen zichzelf, en vooral, hoe zij redeneert. Dat wekt die speciale glimlach op die ik terugvind in de 'kop' van de Hertogin. De verteller zorgt ervoor dat wij tegelijk naar Alice en door de ogen van Alice kijken. Al die vreemde figuren, die vreemde scènes, die rechtlijnige of juist die kronkelredeneringen, worden opgevoerd voor haar, om haar te laten 'reflecteren'. En dat is wat eigenlijk in al die navertellingen, die peuterboekjes, die tekenfilms meteen wegvalt: er blijven alleen de vreemde figuren, het Witte Konijn, de Koningin, de Soepschildpad, de Hoedenmaker (voor zover ze meedoen in de films) enzovoort, en de vreemde scènes over. Allemaal kostelijk op zichzelf, zou je zeggen, en die worden in de tekeningen en films dan ook vaak mooi in beeld gebracht, maar dat speciale, dat wat ik net hiervoor heb beschreven heb, dat alles-via-Alice, datgene wat maakt dat je je gezicht voelt plooien in de kop van de Hertogin, dat is in die boekjes en tekenfilms die van 'Alice' zijn afgeleid, helemaal weg. Ze hebben de speciale 'taal' van Alice niet begrepen. Ze brengen Alice terug tot een verzameling gewone 'verhaaltjes' van grappige figuurtjes die gekke dingen doen en waar Disneyland zo vol van is. Het zijn trouwens maar voor een deel, een derde deel misschien, Disneytekenfilms en -boekjes. Er is een televisieserie geweest die ik de Heidi-Alice noem, die gevolgd werd door een serie peuterboekjes, waarin Alice in uiterlijk en doen op de Oostenrijkse Heidi lijkt en die in Wenen is gemaakt en hier Nederlands ingesproken.

 

 

Over enkele uitgaven in het Nederlands

    

Op de illustraties van Helen Oxenbury (Nederlandse vertaling (1999) van Alice in Wonderland door Sofia Engelsman) is Alice een modern jong meisje met een kort jurkje, waaronder soms het witte broekje te zien is. In de afgelopen anderhalve eeuw zien we ook voortdurend illustratoren die Alice wat meer sexy proberen te maken. Overigens wordt naar mijn mening de vertaling van Sofia Engelsman onderschat (de boekverkoopster van de kinderboekenwinkel dacht zelfs dat het een navertelling was). Als u het mij vraagt is deze volledige vertaling met zijn moderne illustraties op dit moment de meest geschikte uitgave voor kinderen.

En hoewel ik de vertaling uit 1989, die zoveel aandacht heeft gekregen, die van Nicolaas Matsier, en wel in verschillende uitgaven en met verschillende  illustratoren, niet graag zou missen, geef ik voor volwassenen toch nog steeds de voorkeur aan de uitgave in de vertaling van Alfred Kossman en C. Reedijk uit 1947, De Avonturen van Alice in Wonderland en Spiegelland, beide boeken in één band en met de klassieke illustraties van John Tenniel.

De vertaling van Matsier werd in nieuwe uitgaven van groot, maar wel verschillend formaat, uitgebracht, zoals ook de illustratoren van de twee boeken verschilden, en met een harde kaft, kortom uitgaven speciaal voor kinderen. Toch was voor kinderen het verschil tussen de vertaling van aan de ene kant Reedijk en Kossman en aan de andere kant Matsier niet erg groot. Ook Matsier staat vol woorden als slechts, echter, alvorens en buitenissig (Reedijk en Kossman geeft voor het laatste woord: merkwaardig; Engelsman: gek). De uitgaven vanaf 1989 (vertaling Matsier) waren vaak prachtig, zij het door de verschillende formaten en illustratoren wat rommelig als je ze naast elkaar zet. Ze waren als boek zeer aantrekkelijk voor kinderen, maar niet zo erg wat betreft de taal. Zeer belangrijk was de hernieuwde aandacht die Carroll's meesterwerken kregen. 

Op de illustraties van Helen Oxenbury is Alice een leuk, 21e eeuws meisje. De verhouding tot het Witte Konijn lijkt belangrijker dan tot poes Dina of tot de Witte Ridder. Deze laatste Don Quichotte-achtige figuur zou model staan voor Carroll zelf. Hij neemt met moeite afscheid van de opgroeiende Alice, die onbekommerd haar volwassenheid als Koningin tegemoet gaat.

De overige personages zijn gelukkig een stuk minder zacht en zoet getekend dan Alice en het Witte Konijn. Ook hier blijkt weer dat Alice steeds opnieuw prachtige illustraties weet aan te trekken. Rechts De Witte Ridder van John Tenniel

 

Juist om allerlei verbasteringen en navertellingen voor kinderen overbodig te maken, moeten er voortdurend nieuwe, moderne en volledige vertalingen gemaakt worden die de oorspronkelijke tekst in hedendaags Nederlands weergeven. Voor de allerjongsten kunnen hieruit dan boekjes met stukjes (letterlijke) tekst met telkens nieuwe illustraties samengesteld worden. Wel zou ik ze ook regelmatig van de schat aan oude illustraties laten genieten, zeker als ze wat ouder worden. (Ik voel me net Carroll die op een bepaald moment pleit voor een speciale bijbeluitgave voor jonge meisjes, met illustraties waarvan de rechten zijn verjaard en die dus kosteloos gebruikt kunnen worden. Ik moet hier even kwijt hoe verbaasd ik ben, en hoe verfrissend ik het vind, dat in de twee beroemde boeken, zeker van een diaken al Dodgson (Carroll), geen God of een gebed voorkomt, zelfs niet als de kleine meid in nood is. Voor wonderen heeft Alice geen bovennatuurlijke wezens nodig. Kom daar maar eens om in de Nederlandse (kinder)literatuur vanaf 1865) Ook voor volwassenen moet er ongeveer elke 25 jaar een nieuwe vertaling gemaakt worden. Maar de echte liefhebbers zullen die vertalingen naast elkaar blijven lezen, zoals ze ook regelmatig de oorspronkelijke Engelse tekst erbij zullen nemen.

Foto: Borduurpatroon Alice in wonderland

Links Disney-Alice, borduurstukje;

 

 

 rechts Disney-kaft, inhoud naverteld

Foto: alice in wonderland

Ondertussen ben ik heel wat 'Alices' tegengekomen.

  Op weg naar Alice in Zierikzee

Het begon met mijn eigen boekenrekken, met boekhandels in de buurt, nieuw en tweedehands. Dan internet: Marktplaats, Marktplaza, Antiqbook. Ik kreeg prachtige boeken te pakken: The Penguin Complete Lewis Carroll, The Looking-glass Letters, The Illustrated Biography, Lewis Carroll Victoriaans Fotograaf, Alice in Wonderland met de illustraties van Lewis Carroll zelf. Van Alice in Wonderland kreeg ik vertalingen van Eelke de Jong, van Nicolaas Matsier, ik kreeg navertellingen, verbasteringen, Disney kleuterboekjes, videobanden, dvd's, en tenslotte ook The Annotated Alice en The Annotated Shark en een vertaling uit 1999 van Sofia Engelsman met illustraties van Helen Oxenbury. Het waren vaak meisjes en vrouwen die hun 'Alice' te koop aanboden (al vond Alice zelf dat wel een beetje vreemd klinken) en uit de rest van hun 'winkel' leek soms een levensverhaal af te leiden. De emailcontacten verliepen zeer simpatiek zonder familiair te worden. Mijn enthousiasme voor mijn Alice-project werden gewaardeerd. Toen ik een prachtig Alice in Wonderland-puzzelboek zag, en ook nog een dik boek van Jacob Cats op hetzelfde adres in Zierikzee, besloot ik de Alice-levenshouding aan te nemen, rustig met mijn laptop in de trein te gaan zitten (wat ik nog nooit had gedaan; ik vergat hem onderweg dan ook twee keer maar raakte hem niet kwijt) en met een vrij-reizenkaartje dat ik nog had van Amsterdam naar Zierikzee te reizen, waar ik nog nooit was geweest, en zo de verzendkosten uit te sparen. 

Vanaf Goes moest ik verder met de bus. Dat duurde even en ik wandelde Goes in en maakte wat foto's. Ik kon nergens een strippenkaart kopen, er was geen automaat op het station. De vrouwelijke chauffeur, in de veertig, kort blond haar, knap en lief, gebruikte haar eigen chipknip om te zorgen dat ik maar 2,70 euro hoefde te betalen. Ze wist niet of ik in Zierikzee een kaart kon kopen. "Maar misschien treft u mij op de terugweg weer," zei ze. 

Het  puzzelboek met prachtige illustraties van John Tenniel vond ik in Zierikzee

 

Over een lange, lange brug naar Zierikzee. De bus zat vol schoolkinderen in de Alice-leeftijd. Nadat ik uit het busstation de dijk opgelopen was, was het uitzicht op de poort van de oude haven meteen prachtig. Onder de poort door de oude haven zelf, een langwerpig plein met in het midden op de voorgrond het water met aan beide zijden een kade met statige eeuwenoude huizen. Ik was te vroeg en liep wat rond. In een zijstraatje van de oude haven werd ik door een jonge vrouw gastvrij ontvangen met koffie en een stroopwafel. Dochtertje Sophie keek naar de nieuwste tekenfilms op een prachtig flatscreen. "Kom eens," wenkte ze haar moeder, ik kon niet verstaan wat ze verder fluisterde, maar ik ging ervan uit dat het was: "Ik vind papa toch veel liever." "Dat is maar goed ook," zei de moeder. Ik kreeg, behalve de boeken waar ik voor kwam, een door de gastvrouw ontworpen minimapje met kaart en bezienswaardigheden van Zierikzee mee. Ik vergat voor de tweede keer (bijna) mijn laptop. Bij de bushalte kon ik met mijn oude gsm van dienst zijn voor een moeder die, met drie kinderen achterin, autopech kreeg. Daarna kwam ik erachter dat ik voor de bus naar Goes bij de aankomsthalte  in plaats van bij de vertrekhalte stond. Maar mij maakten ze niets die dag! Had ik wel meteen goed gestaan, had ik deze moeder met drie kinderen niet kunnen helpen. Vol trots liet ik dezelfde chauffeur mijn strippenkaart afstempelen die ik zei gekocht te hebben bij 'De Pupenkop'. 'De Pupenkop?' lachte ze. Ze was nog steeds lief en knap. En ik was met mijn Alice-buit terug op weg naar huis. 

Het puzzelboek had prachtige, ingekleurde afbeeldingen die door John Tenniel waren vervaardigd. Ik zou er eerst zelf van genieten en er daarna ons vriendje Çengis op zijn derde verjaardag blij mee maken. Zo gebeurde het. Maar ondertussen had ik het prachtige Alice-puzzelboek nog een keer, voor mezelf, gekocht.

 

Hoe het met Renate Dorrestein, Chris Keulemans en mij afliep.

Vijf jaar na de voordracht van Renate Dorrestein, in 1992 dus, presenteerde Chris Keulemans, die destijds de voordracht had georganiseerd, zijn eerste boek: Overal om me heen is ruimte, verhalen uit de bovenhoek. Chris was toen doelman bij het Amsterdamse Arsenal en ik heb hem als zodanig wel eens gadegeslagen. De presentatie vond plaats bij de beroemde boekhandel Allert de Lange, die ondertussen al lange tijd niet meer bestaat. Een ereplaats hierbij hadden Stanley Menzo, die een eigen verhaal in het boek had gekregen en een vinger in een verband droeg, en Renate Dorrestein. Ik herinner me niet meer, evenmin als ik me dus de feministische invalshoek van haar lezing van 1987 herinner, waarom Renate Dorrestein op deze avond een ereplaats innam. 'Tja,' zei Chris tegen mij, 'dan ben ik je toch nog te vlug af.' Hij bedoelde dat hij eerder dan ik debuteerde, bovendien is hij zo'n vijftien jaar jonger. Zoals we allemaal ondertussen weten, zou ik pas met een echt boek in december 2004 debuteren.
Ik kocht het boek met de handtekening van Chris, een boek van Renate Dorrestein met haar handtekening, en op twee boekenleggers nam ik de handtekening van Stanley Menzo mee. Een boekenlegger voor mijn toen 13-jarige zoon en een voor een even oud, voetballend vriendje. Eén regel over het boek van Chris Keulemans: Chris schrijft zoals hij vindt dat Menzo keept en praat: poëtisch en met een mooie beschaafde stem. Maar je mag het niet zo noemen. Chris schrijft niets over de stem van Menzo. Ik kan juist niet aan Menzo denken zonder zijn stem.
Na afloop gingen we, mijn levensgezellin en ik, wat drinken in een café in Staalstraat. Nog bij de kapstok realiseerde ik me dat ik het tasje met boeken en handtekeningen op mijn fiets aan de overkant van de straat had laten zitten. Ik rende naar buiten, maar alles was al weg.©
Doel van dit artikel is, net als Renate Dorrestein dat met mij deed, tenminste één persoon aan te zetten tot het lezen en bewonderen van Alice in Wonderland. Bent u dat, laat het mij weten. Wacht geen 20 jaar.

Enkele boeken die volgens mij iets met Alice te maken hebben:

1. Fabels (ca 600 vC),Aesopus;

2. Divina Commedia (ca 1321), Dante;

3. Gargantua en Pantagruel (1532 - 1552), Rabelais;

4. Don Guichotte (1606), Cervantes;

5. Fabels (1664), La Fontaine;

6. Sprookjes van Moeder de Gans (1697), Perrault;

 7. Gullivers Reizen (1726), Swift;

8. Baron Munchausen (1785), Raspe;

9. Sprookjes (1812- 1822), Gebr. Grimm;

10. Peter Pan (1904), Barrie ;

11. The Penguin Complete Lewis Carroll (1982) , Ill. John Tenniel

12. Lewis Carroll, An Illustrated Biography (1977), Derek Hudson;

 

Foto: optocht wagen - versierde wagen

13. Lewis Carroll, Looking-Glass Letters (Illustrated Letters)(1991), Thomas Hinde;

14. Lewis Carroll, Victoriaans Fotograaf (1979)

15. The Annotated Alice, Martin Gardner; (revised edition 1970)

16. The Annotated Snark, Martin Gardner; (revised edition 1974)

17. Lewis Carroll, Alice in Wonderland, Ill. Lewis Carroll, 1976.

18. Lewis Caroll, De avonturen van Alice in Wonderland en Spiegelland, vert. Alfred Kossman en C. Reedijk, elfde druk 1987;

19.Lewis Caroll, Alice in Wonderland, vert. Eelke de Jong, 1981;

20.Lewis Caroll, Alice in Wonderland, vert. Nicolaas Matsier, 1989;

21.Lewis Caroll, Alice in Wonderland, vert. Sofia Engelsman, 1999;

22. Lewis Carroll, Achter de Spiegel, vert. Nicolaas Matsier, 1998;

23. Haar kop eraf!, Renate Dorrestein, 1987, 1989.

24. Peter Pan, J.M. Barrie, vert. A.C. Tholema;

25. Toen Peter Pan nog bij de elfjes woonde, J.M. Barrie, vert. Hans Kuyper, 2004

-----------------------------

 Aan onderstaand gedicht, gepubliceerd in HetWerk44, zijn de vetgedrukte regels toegevoegd. Reden: het (na)kijken was niet compleet. Waarom dat zo belangrijk is, leg ik nog een keer uit. Het heeft met een gedicht van Boon te maken, waarin de vader van zijn vrouw niet naar de meisjes mag kijken.

 

Voor Pettra

Zomer in Boedapest

 

De Hongaarse meisjes

dragen hun borsten

op een dienblaadje

voor zich uit.

 

Ze zijn er trots op

als op hun zomer.

 

Hun navels kijken je aan

boven hun broeken

en rokjes laag op de dijen.

 

Ter vervolmaking

plaatsen ze al hun pronkstukken

op een voetstuk

van tenminste tien centimeter

hoge hakken.

 

Draaiend en golvend verdwijnen

hun strak verpakte heuvels.

 

En verklaren de zomer

in Boedapest voor geopend.

 

 

 

Foto: Het grote boek voor meisjes

 

Zomers andere kant

(natuurgedicht, de dichter en

zijn boom)

of

 

Wouters alleenspraak

(politiek gedicht, een bang voorgevoel)

 

 

De droogte dwingt de spar

uit  zelfbehoud

een voor een

zijn onvolwassen groene kegels

af te stoten.

 

Een goed doel,

maar niet minder droevig klinkt hun plof.

 

Hun hars hecht zich nog even

aan mijn handen.

 

Met zeep neem ik afstand,

ik heb ze al eerder laten vallen.

 

Later vieren de eekhoorns feest,

er resten roestige, afgekloven kolfjes.

 

Schuldig leun ik tegen de boom

die mij houvast biedt.

 

 

Even terug naar de  zomergedichten van Meurs A.M. (Tja, die zomer)

De eerste versie van Zomer in Boedapest staat in HetWerk 44, literair kladschrift van Meurs A.M., van 12 juli 2006.

Na voltooiïng van het natuurgedicht ’Zomers andere kant’ bleek je het ook totaal anders te kunnen lezen: met een andere titel werd het opeens een politiek gedicht.

HetWerk bestelt u door €2 of €3 (dubbelnr)over te maken naar postbank 7646016 van Meurs A.M. Amsterdam o.v.v. uw adres.

Behalve van dit tijdschrift is Meurs A.M. de auteur van de roman Aan de Lange Weg (2004) en Spelen, 4 theaterstukken (2006). www.meursam.nl

www.uitgeverijdegraal.be

Van HetWerk45/46, maandelijks literair kladschrift van Meurs A.M, werden 125 exemplaren genummerd en gesigneerd. Dit is nr.:

 

 

 

 

Overigens ben ik van mening dat Israël onmiddellijk en onvoorwaardelijk alle bezette gebieden moet ontruimen.