De Vrouwen van de Eerste Huizen
“We moeten wel lachen,” zeggen de Vrouwen van de
Eerste Huizen, “zoals jij je geboorte beschrijft. Wat een
sensatie! En dan al die getallen en de beschrijving van die
gang naar de schuilkelder in de tuin, wat een precisie. Je
tante Josje hield indertijd een beetje van sensatie, maar jij
kunt er achteraf ook wat van. Zijn er bommen gevallen
aan de Lange Weg? Wij geloven er niks van. Wij kunnen
ons niet herinneren dat er de hele oorlog ergens anders
bommen zijn gevallen dan op het vliegveld en in Sas, en
dat laatste erg genoeg. Is er eigenlijk op de dag van jouw
geboorte wel gebombardeerd? Ja, dat zul je wel
uitgezocht hebben. Zo bijdehand ben je wel.”
Als je over de Lange Weg schrijft, kun je niet heen
om de Vrouwen van de Eerste Huizen. Want ze wonen
daar inderdaad in die eerste huizen als je vanaf de stad
komt, en vanaf daar lopen ze dagelijks over de Lange
Weg naar de sigarenfabriek, de school, de kerk en het
patronaat en de winkels, want alles ligt voor ze, daar zijn
het de Vrouwen van de Eerste Huizen voor. Achter ze ligt
de stad en over de lange dijk naar de stad gaan ze met de
bus of soms met de fiets en alleen bij bijzondere
gelegenheden. Ze kennen elk huis en elke bewoner aan
de Lange Weg beter dan A.M., kortom hij heeft ze nodig.
“De tranen komen bij jouw tante Josje in de ogen,”
zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen, “als ze aan je
moeder Anneke denkt en dat die zo heeft moeten
bevallen. Maar ze kan zich niet herinneren dat jullie een
schuilkelder hadden in de hof. Iedereen had toen nog
gewoon een diepe kelder in huis, jullie ook, dat weet ze
zeker, daar gingen de mensen in bij een bombardement,
en zij denkt dat jij ook gewoon in die kelder bent
gebracht.”
“Dat van dat opspuitende zand en die dooie kip is
onzin,” lacht de lange magere Hanna Bosmans die overal
19
om lacht, “maar ik heb er wel om gelachen. Anneke zal
het trouwens moeilijk genoeg gehad hebben, want lawaai
en spanning was er volop. Ik had nooit gedacht dat jij het
zou halen, want veel stelde je niet voor toen je werd
geboren, we zeiden maar niks toen Anneke je zo trots liet
zien. Maar blijkbaar heb je het al een hele tijd overleefd.
Nou proficiat. Daar zijn we aan de Lange Weg mooi
klaar mee! Waar zit je trouwens tegenwoordig?”
“En die schapendraad voor de hof van de buren is er
volgens mij pas veel later gekomen, toen er andere buren
waren, want Leo was daar nog zo kwaad om. Zo, dan
weet je dat,” zegt de oudste dochter van Meijer met haar
zware stem.