(uit Loopjongen, fragment)
Hij schrikt van het slaan van de kerktoren vlakbij. Het
is zo dichtbij dat hij omhoog moet kijken. Twaalf keer.
Sluitingstijd. Maar dat is de kerk van Sas! Hij is de
verkeerde kant op gelopen. Dat heb je met die nieuwe
wijken waar alles op elkaar lijkt. Maar het kwam ook
door Wouter. Hoewel hij begon te denken dat hij zich
maar verbeeld had dat Wouter steeds achter een volgende
lantaarnpaal stond. Hij was verstrooid geweest, te veel
bezig met zijn opdracht als... noem het maar 'minnebode'.
Maar daar kwam niks meer van terecht. Hij moest nu dat
lange eind van de kerk van Sas over de Broeklandweg
naar Willems teruglopen. Het zou gesloten zijn als hij
daar aankwam. En bij Den Os ook.
Over minder dan zes uur ging de bus naar de trein die
hem naar de kazernestad moest brengen. Naar het
soldatenbestaan. Een luizenleventje, zei men, want
Nederland was niet in oorlog. Als er in Suriname of op de
Antillen wat gebeurde, gingen er beroeps naar toe. Daar
woonden zo weinig mensen. Toch werd er op
verschillende plaatsen gevochten: Cyprus, Jemen, in Laos
en Vietnam. Irak was bezig aan een genocide op zijn
Koerden. In de VS vochten zwarten voor hun burgerrechten,
racistische blanken vermoordden zwarte
kinderen die ze niet op hun blanke scholen wilden
231
hebben. Kennedy was vermoord. In Zuid-Afrika had
Nelson Mandela levenslang gekregen. Hij wist het
allemaal wel, maar hij had het van zich afgeduwd. Hij
was jong en wilde van het leven genieten.
Het is een lang stuk over de Broeklandweg, langs café
Willems, de sigarenfabriek, en dan over de Lange Weg
langs hotel/café Den Os naar huis. Ging hij wat studeren
in dienst? Hij hoefde geen carrière te maken, als hij zich
maar weer ergens mee ging bezighouden, als hij maar
weer ging lezen. Want zo oppervlakkig als hij nu leefde,
dat was hij niet. Ging hij na dienst weer thuis wonen?
Nee toch! Hier kwam hij niet van de grond. Moest hij
niet in fabrieken of in de haven gaan werken om het
leven een beetje te leren kennen? Naar Amsterdam. Er
rommelde vanalles. Er waren anti-rookhappenings
gehouden op het Spui in Amsterdam, nadat eindelijk was
toegegeven dat roken kankerverwekkend was. Gelukkig
was hij drie maanden geleden gestopt.
Pour moi la vie vacommençer
, neuriede hij. Maar dan ging hij over op:Because I used to love her, but it's all over now.
De Rolling Stones waren net in het Kurhaus in
Scheveningen geweest en de tent was afgebroken. Zijn
handen tintelden. Er was niemand te zien en hij zette een
combinatie van judoworpen in.
Ippon! Hij was degenedie zijn leven moest veranderen. Zelfstandiger zijn, niet
alleen tegenover zijn ouders, dat was geen kunst. Eerst
moest hij een methode vinden om zich te weren tegen de
domheid en de lompheid van de militaire dienst. Dat had
hij tot nu toe verdrongen.
Misschien moest hij maar eerder afslaan en door de
nieuwe wijk Het Zilverstrand recht naar huis gaan. Hij
liep dan niet het risico dat, als hij voorbij Willems en Den
Os kwam, iemand hem nog zag.
Hij begon het briefje in heel kleine snippers, van een
halve centimeter te scheuren en strooide ze over een
lengte van meer dan vijftig meter over het trottoir en het
begin van de voortuintjes van de dure wijk. Over een paar
232
uur zouden de dames buiten komen om de papiertjes op
te vegen en uit de haagjes en struikjes te plukken.
“Wie doet nou zoiets?” zouden ze tegen elkaar
zeggen, “in onze wijk! Dat is vast iemand geweest van de
Lange Weg.”