De ‘nieuwe’ Securitate

 

Beste meneer Aboutaleb,

 

Kort nadat de Roemeense dictators waren terechtgesteld, vertelde in de Bali in Amsterdam een Roemeense schrijver een anekdote:

‘Tijdens het regiem van Ceaucescu, waarmee het Westen, bijvoorbeeld de regeringen van Engeland en Nederland, zo wegliep – ze lieten hun koningin meneer en mevrouw Ceaucescu als een vorst ontvangen – werd er vaak bij de burgers op de deur gebonsd onder de roep: “Securitate!” .

Na de democratische revolutie werd alles “Nieuw” genoemd, de “nieuwe” regering, de “nieuwe” vakbond, de “nieuwe” krant, ga zo maar door, hoewel veel mensen uit de oude tijd op hun oude plaats bleven zitten. Zo werd er ook na de revolutie weer op de deur gebonsd en toen men vroeg wie daar was, klonk het: “De nieuwe Securitate!” ‘  

 

Bij een vakbondsbijeenkomst op 25 februari van dit jaar voorafgaande aan de Herdenking van de Februaristaking 1941 moesten we door een controlepoortje, net als op Schiphol.

‘Vanwege die Aboutaleb, weetjewel,’ zei iemand.

Ik verwachtte niet zoveel van Aboutaleb. Eigenlijk denk ik al een groot deel van mijn leven dat alle bestuurders opportunisten zijn. Maar Aboutaleb hield een uitstekende redevoering, de beste van allemaal. Zonder papiertje, zoals hij zelf zei. Laat dat papiertje voortaan maar altijd weg, dacht ik. Een paar weken later koos hij partij voor vluchtelingen, maar toen men hem vroeg of hij dus tegen het regeringsbeleid in ging, antwoordde hij dat hij niet tegen minister Verdonk in wilde gaan. Allemaal opportunisten, dacht ik opnieuw.

 

Aboutaleb motiveert het huisbezoek van de Sociale Dienst met te zeggen dat er zo heel wat fraude wordt blootgelegd. En als glijmiddel (viezerik!) geeft hij aan dat er zo sociale misstanden aan het licht komen, schrijnende armoede en verwaarlozing bijvoorbeeld, en dat mensen op hun rechten, zoals op bijzondere bijstand, kunnen worden gewezen. Jaja. Voor deze dingen kan er gewoon een maatschappelijk werker langs gaan. Die gewoon telefonisch of schriftelijk een afspraak maakt.

 

Bij ons thuis kwam vroeger ook een maatschappelijk werkster. Die kwam tot de niet  zo moeilijke conclusie dat een gezin met acht kinderen niet kon rondkomen van het loon van een ongeschoold bouwvakker. Maar in plaats van wat extra geld gaf ze mijn moeder een huishoudboekje. En toen dat (natuurlijk) niet hielp, zorgde ze dat we betaald thuiswerk voor Philips konden doen: het in elkaar zetten en ponsen van een onderdeeltje. Dat hielp wel een beetje, vooral omdat hiermee onze, op grote schaal voorradige, kinderarbeid werd ingezet. Maar het zette pas echt zoden aan de dijk toen mijn vader een malletje ontwierp waarin de onderdeeltjes los van het ponsapparaat gemonteerd konden worden, en er dus een voorraad van te ponsen onderdeeltjes kon klaargezet worden. Met zo’n ideale en bijkans (zeg je dan in plaats van ‘bijna’) geniale oplossing voor een armlastig gezin zie ik Aboutaleb nog niet aankomen. En daar zit ook niemand op te wachten. Evenmin als op het bezoek van Aboutaleb en de zijnen. Mensen willen redelijk kunnen rondkomen en fatsoenlijk worden behandeld.

 

Als je niet meewerkt, de mensen van Aboutaleb niet binnen laat, kan je uitkering worden ingehouden of gekort. Machtspolitiek dus.

Maar de actie van Aboutaleb is illegaal. Machtsmisbruik dus.

Deze illegale actie van de Amsterdamse overheid staat niet op zichzelf.

Burgemeester Cohen meende een van ‘terrorisme’ verdachte vrouw hinderlijk te kunnen laten volgen: aanbellen, opbellen, een politiebusje in de buurt van haar woning, dat soort illegale flauwekul. Het beginsel ‘je bent onschuldig tot je schuld is bewezen’ gold opeens niet meer. De burgemeester meende dat hij zich andere dan de normale wettelijke strafmaatregelen mocht toe-eigenen, andere maatregelen mocht treffen dan die van ‘openbare orde of veiligheid’, die m.i. niet op een bepaalde persoon mogen zijn gericht maar alleen op een ‘situatie’, bijvoorbeeld de toestand in een bepaalde buurt. Wanneer je iemand van een strafbaar feit verdenkt, kan er toestemming verleend worden iemand te laten schaduwen. Maar een overheid die een burger gaat ‘hinderen’, ‘pesten’? Je moet als overheidsdienaar wel erg overtuigd zijn van jezelf, niet alleen van je gelijk, ook van je eigen ‘goedheid’ en ‘wijsheid.’

En het allerergste, de verdediging: ‘Als het niet mag, zal de rechter ons wel terugfluiten.’

Stel je voor dat wij ons als burgers zo zouden gaan gedragen. Niet meer volgens de wet of de regels die we allemaal kennen of volgens ons geweten, maar gewoon ons gedragen zoals het ons uitkomt, want ‘als het niet goed is, zal de rechter ons wel terugfluiten’. Nou, de rechter zal vaak helemaal niet fluiten, doodeenvoudig omdat hij het niet weet.

Er is in de maatschappij in grote mate overeenstemming hoe wij ons dienen te gedragen. Voor de duidelijkheid zijn er, in geval van twijfel, wetten en regels opgesteld en is er een rechter die deze kan interpreteren. Het is dus niet andersom. Dat zou ook gevaarlijk zijn. Zulke handelingen van Aboutaleb en van Cohen bedreigen die grote mate van overeenstemming hoe wij ons in de maatschappij dienen te gedragen. Daarvoor in de plaats dreigt te komen: ik ga mijn gang zolang ik niet word teruggefloten.  

Bovendien ziet niet alleen het individu hoe de overheid zich (mis)(ge)draagt (tot zij wordt teruggefloten) en zal daarom minder gemotiveerd zijn om zich wel goed te gedragen, het individu dat direct getroffen wordt door dit (illegale) gedrag van de overheid zal ook geneigd zijn zich direct tegen deze overheid te richten, en wel met alle middelen. De rem die hier normaal op bestaat, wordt door het eigen gedrag van de overheid weggenomen.

Beste meneer Aboutaleb, wij zijn niet meer gewend dat er op de deur wordt gebonsd, we zijn zelfs niet meer gewend dat er aan de deur wordt gebeld. Wanneer er overdag wordt aangebeld zijn het kinderen, of een paar keer per jaar is het misschien de postbode die een pakje wil afgeven. Het kan ook nog een monteur zijn, voor wie je een halve dag moet thuis blijven en voor wie je een briefje op de deurpost doet dat hij hard moet bellen, eventueel ook bij de buren, want je wilt niet voor niks zijn thuisgebleven. Maar deze heeft zijn bezoek dus aangekondigd. Wanneer er nadrukkelijk en herhaaldelijk wordt aangebeld, is het de buurvrouw die haar sleutels is vergeten. Als er ’s avonds wordt aangebeld, kijk je naar de ramen aan de voorkant en trek je de deur open en dan wordt er geroepen: ‘De glazenwasser!’ In de huidige tijd van telefoon, wordt een bezoek telefonisch aangekondigd, je belt niet zomaar bij iemand aan.

Als er wordt aangebeld, meneer Aboutaleb, doen de meeste mensen dus niet open, tenzij men de glazenwasser verwacht.

Dus, beste meneer Aboutaleb, u mag van mij best aan de deur bellen, we zullen even nadenken, naar de ramen kijken en ‘o ja’ tegen elkaar zeggen, we zullen open doen en u mag dan wat ons betreft naar boven roepen: ‘De nieuwe glazenwasser!’

Wij zullen u hartelijk ontvangen, wel in het trappenhuis ja, en, als u uw werk goed heeft gedaan, zit een fooitje er ook wel aan.

 

-------------------------