Foto's bij en teksten uit de boeken

Aan de Lange Weg en Spelen 

Teksten uit en foto's bij AandeLangeWeg

Het staat er nog

 

De overlevende van de tweeling 

Heeft de ruimte van de ander ook ingenomen

Omspannen door nieuw witte huid 

 

Het verbergt zich 

 

Met voor zich verkeer dat zich 

in nieuwe bochten wringt

 

En een weg die kinderverlamd

Het rechterbeen zwaait voor het linker

Om rechtdoor te kunnen gaan

 

En naast en achter zich 

In plaats van hof

Auto's die tweedehands worden verkocht

 

En verder achter zich

in plaats van veld

De autosnelweg

Met snel alles er naartoe

En snel alles er vanaf

 

Het staat er nog

Het geboortehuis

Maar vraag niet hoe

 

Het staat er nog

En dat is goed

 

(uit: Aan De Lange Weg van Meurs A.M.)

(Deze tekst werd door Billy Hoyer op muziek gezet en is gezongen door Joep Eikenboom en begeleid door de band van Billy Hoyer, Snowflake, te horen als slot van het hoorspel AandeLangeWeg.

 

 

Door een regen van bommen holt de tante met de pasgeboren baby naar de schuilkelder. Een zuil van zand en modder spuit op. Een dikke tak breekt af en zakt krakend door de andere takken op de grond. Scherven vliegen de kippenren aan de zijkant van het huis in, de kippen rennen krijsend het hok binnen, een blijft er liggen. Die gaat straks in de pot.

Het is een wonder dat er geen bom valt op het blok van twee in de eerste bocht van de Lange Weg waar in de linker woning Anneke Weels net haar tweede kind ter wereld heeft gebracht.

De tante is uit de achterdeur gekomen en spurt tussen kolenhok en plee links en lindeboom rechts tot aan de schapendraad van de hof van de buren. Die hof ligt voor een groot deel achter het huis van Anneke, want die van haar begint naast haar woning en loopt dan net als die van de buren zo ‘n vijftig meter naar achter. De tante rent langs de draad naar links, voorbij de jonge perzikboompjes die uit de pitten zijn gegroeid die vader Leo daar drie jaar geleden bij de geboorte van het eerste kind in de grond heeft gestopt. Dat kind, een meisje, is nu ernstig ziek. En anderhalf jaar na de geboorte van dat eerste heeft Anneke een miskraam gehad. Met de baby die nu onderweg is naar de schuilkelder, een jongen, moet het goed gaan! 

 

 

 

 

 

 

"We moeten wel lachen," zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen, "zoals jij je geboorte beschrijft. Wat een sensatie! En dan al die getallen en de beschrijving van die gang naar de schuilkelder in de tuin, wat een precisie. Je tante Josje hield indertijd een beetje van sensatie, maar jij kunt er achteraf ook wat van. Zijn er bommen gevallen aan de Lange Weg? Wij geloven er niks van. Wij kunnen ons niet herinneren dat er de hele oorlog ergens anders bommen zijn gevallen dan op het vliegveld en in Sas, en dat laatste erg genoeg. Is er eigenlijk op de dag van jouw geboorte wel gebombardeerd? Ja, dat zul je wel uitgezocht hebben. Zo bijdehand ben je wel."

Als je over De Lange Weg schrijft kun je niet heen om de Vrouwen van de Eerste Huizen. Want ze wonen daar inderdaad in die eerste huizen als je vanaf de stad komt, en vanaf daar lopen ze dagelijks over De Lange Weg naar de sigarenfabriek, de school, de kerk en het patronaat en de winkels, want alles ligt voor ze, daar zijn het De Vrouwen van de Eerste Huizen voor. Achter ze ligt de stad en over de lange dijk naar de stad gaan ze met de bus of soms met de fiets en alleen bij bijzondere gelegenheden. Ze kennen elk huis en elke bewoner aan de Lange Weg beter dan A.M., kortom hij heeft ze nodig.

 

(Brigitte Bardot) ...en hij sluipt helemaal naar de voorkant van zijn tuin, omdat hij dan pas de voorkant van het huis ernaast kan zien waar Brigitte Bardot op het trapje de ramen doet. Eigenlijk zou hij nog verder naar voren willen maar dan moet hij zich blootgeven en tussen de struiken uitkomen, en eigenlijk zou hij nóg verder willen gaan en achter haar gaan staan en zijn hand uitsteken naar dat jonge strakke kruis. En als zij klaar is en al rekkend en bukkend alles heeft laten zien wat ze in haar bloesje en onder haar rokje heeft, sluipt hij terug, slaat een kruis, haalt zijn rozenkrans uit zijn broek­zak en kust vol wroeging en spijt het kruis en mompelt: "JezusMaria, vergeef uw zondaar."

            En ‘s middags schiet hij gefrustreerd met zijn windbuks op de kont in een korte manchesterbroek van een jongen die appels in zijn boomgaard komt stelen. Surrogaat, het verkeerde wapen en de verkeerde kont.

 

 

(Josje)

  We kwamen in een leegstaand sigarenfabriekje aan De Lange Weg te wonen, de Gender liep er vlak achter en de ratten schoten weg op de binnenplaats. Het was maar voor kort, we kregen al gauw een huis in de Kerkstraat, maar na een paar jaar trokken we in dit huis aan De Lange Weg naast het voormalige sigarenfabriekje waarin ondertussen al weer andere Gelderlanders woonden.

 

   

Als hij, zelf aan het eind van het zijpad, hem in de hoge heg verbergt, zijn zij al bij de school of onzichtbaar voor hem in een van de inhammen van de Schoolstraat hun spelletjes aan het doen… plots afgebroken door de meester die de straat vult met het geluid van de bel die hij hoog alle kanten opzwaait en waarmee hij van overal de hollende kinderen naar zich toe trekt.

            Jantje wil niet hollen. Hij begint met zijn ogen te knipperen om het eronder te houden, versnelt wel zijn pas, terwijl hij probeert steeds enkele kinderen tussen zichzelf en de man met de bel te hebben. Het kost zo ‘n inspanning dat hij al gauw niet meer weet wat het belangrijkst is: het eronder houden of iemand tussen hemzelf en de meester houden, terwijl dit laatste toch alleen dient voor het eerste.

            Maar dan voelt hij dat gaat gebeuren wat in ieder geval zou gebeuren wanneer het laatste kind voor hem weg is, en waartegen nu steeds heviger knipperen niet meer helpt: het stijgt omhoog tot achter in zijn nek.

            En dan begint ook hij te hollen, met de bedoeling dat hollen de oorzaak te laten lijken voor wat weer onhoudbaar bleek: het hevig rode hoofd dat nu op zijn schouders brandt en waarmee hij de meester voorbij rent, terwijl hij “pf, pf” puft en met natte ogen naar de man kijkt, die meteen na hem de bel stopt en achter hem aan de school in loopt.

 

Hij dwingt zichzelf op de lijn, maar hoe kan het dan dat hij de jongen naar zich ziet kijken, en dan ook plotseling dat ziet zitten waar het allemaal om gaat?... zo opvallend dat het belachelijk is naar iets te vragen dat zo duidelijk aanwezig is en daar boven een stukje uit de gordijnroe steekt.
En terwijl het met de lijn op zijn papier helemaal misgaat en hij het onstuitbaar voelt komen opzetten, denkt hij: ze sluit nu de deur en, hoe zacht ze het ook doet, het klinkt door de hele meisjesschool. Op de stoep kan ze twee dingen doen: rechtsaf en dan voor de school langs en dan weer rechts door het Maagdenpad, of meteen links over het schoolplein en door het poortje in de haag van het klooster gaan, en als ze dat doet is ze er eerder en kan elk ogenblik binnenkomen!

 

 

Aan de linkerkant van de weg waar ze over het fietspad lopen zijn nu geen huizen meer, aan de overkant zijn de Acht-Huizen, een eigenaardige rij aan elkaar gebouwde woningen zoals je die verder in het dorp nergens ziet. Alle huizen hebben een voortuintje met een laag ligusterhaagje, maar bij Teunis is dit vervangen door een smeedijzeren hekje met versieringen. Het is bekend dat vrouw Teunis het geld dat haar man in de mijn verdient graag gebruikt voor uiterlijk vertoon, met name voor de opsmuk van haar huis.

"Mijn huisbaas heeft de huur opgezegd," zegt Anneke. "Ik zal toch niet daar in de Acht-Huizen terechtkomen zeker!" Ze lacht, maar thuis heeft ze er veel om gehuild. Dat kon er nog wel bij.

(...) Als er een brommer een van de gangetjes, tunneltjes, tussen de Acht-Huizen in rijdt, is het geluid oorverdovend, je zit in een bombardement, het geluid kan niet weg, weerkaatst, botst tegen zichzelf op, je zit te trillen. Wanneer Adri de Laat op zijn brommer thuiskomt hoor je hem “hoho, hoho!” roepen en met een klap tegen de poort tot stilstand komen. De poorten staan in een punt op het gangetje, één voor het met betonnen schuttingen afgezette binnenplaatsje aan de linkerkant en één voor dat aan de rechterkant.

Vrouw de Laat is dan plotseling omringd door motorgeronk en ze schrikt wakker met de stopmand op haar schoot, met haar piekhaar van onbestemde kleur, haar altijd bolle buik onder de vale blauwgebloemde schort en haar ondoorzichtige vleeskleurige kousen.

“Hij is thuis,” zegt ze met een hoge hese stem.

(...) Van de Acht-Huizen zijn twee woningen afgebroken, voor de nieuwe weg, zoals de meeste huizen waarvan we verteld hebben. Voorheen de Acht-Huizen.

 

 

 

 

 (Het Liefdegesticht) Naast het patronaat lag de meisjesschool, en als je door de poortjes achter de meisjesschool en de fröbelschool ging kwam je via de kloosterhof bij het klooster, waar de nonnen vandaan kwamen om les te geven aan de meisjesschool en de bewaarschool en waar je als oudje terechtkwam wanneer je niet meer zelfstandig kon wonen. Misschien noemden de nonnen vanwege dat laatste het klooster wel het Liefdegesticht.

(...) Ze mogen niet samen wonen, al zijn ze veertig of zestig jaar getrouwd. Ze moeten heel de dag op de zaal bij andere oude mannen zitten, en hun vrouw in een andere zaal bij andere oude mannen. En 's nachts slapen de mannen op de mannenzaal en de vrouwen op de vrouwenzaal. Soms zag je zo'n stel dan heel zielig even samen op de gang staan. Tot er zo'n verrekte non aankwam die ze weer uit elkaar haalde. Geen wonder dat die mannen achter de jonge meiden aan gingen. Het was het enige verzetje dat ze hadden.

Hanna Bosmans haalde diep adem: “Tenzij je geld hebt om op een eigen kamer te wonen. Bovendien weet iedereen dat de maatschappelijk werkster die bij sommige van die rijke mannetjes op bezoek komt gewoon een hoer is, waarom zit anders bij die bezoeken de kamer steeds op slot? Maar voor de gewone mannetjes, die daar samen in de zaal de hele dag boeren en scheten zitten te laten en niet van de zaal af mogen, is dat er allemaal niet bij. Ze zitten maar versuft in die zaal hun sigaar of pijp te roken. Het stinkt er altijd, en ook daar moeten de meisjes proberen schoon te maken, terwijl de mannetjes nauwelijks opzij gaan, niet eens opzij kúnnen gaan vaak.”

(...) De rijke dames van het dorp ronselden hun dienstmeisjes onder de ouder wordende werkmeisjes van het klooster. Eerst was er uit de meisjes die met hun veertiende van de huishoudschool kwamen al de vrij scherpe selectie wie er in het klooster mocht werken. In de eerste jaren viel er dan een flink aantal af. En als ze een jaar of zeventien, achttien waren werden de besten doorgesluisd naar de rijke dames van het dorp of zelfs van de stad. Eigenlijk werden ze gewoon doorverkocht, want de dames leverden een forse vrijwillige bijdrage voor de armen van het klooster.

De foto's uit boeken komen uit Veldhoven in oude ansichten en uit 2 boeken die beide door Jaques Bijnen van de Stichting Historisch Erfgoed Veldhoven zijn samengesteld: Groeten uit Veldhoven en Veldhoven Historische Spiegeling. Veel oude ansichten in deze boeken zijn gemaakt door de legendarische fotograaf  Jan Bijnen (1874 - 1959) uit Waalre. School-, communie- en trouwfoto's werden in Veldhoven tientallen jaren lang gemaakt door Waarma, zo ook die van het jongetje in de schoolbank. De meeste andere foto's op deze website zijn van Meurs a.m..

 

Zeer geslaagde presentatie van Spelen!

 

(ingezonden foto Emma Sahelatua) Wederzijdse fotografische belangstelling. Het gepresenteerde boek moet even rusten. (ingezonden foto Yet Vosters: Terwijl (links) de "jongemannen achter in de kerk" voordragen, luistert de ene bezoeker aandachtig terwijl de andere de tekst meeleest.

 

(ingezonden foto Stichting Historisch Erfgoed Veldhoven: Jaques Bijnen, voorzitter van de Stichting, neemt het boek in ontvangst en meteen valt hem wat op in de tekst. Links luistert de communicatiemedewerker van HVO-Querido, Peter Kempers, onopvallend mee.

 

Het was doodstil in de zaal toen Meurs A.M. teksten las over de doden in zijn stukken en deze aanvulde met nieuwe teksten, ook over nieuwe doden.

 

Vrienden uit Noord- en Zuidnederland

 

 

 

(foto's Tom Meurs)

En natuurlijk de boekentafel.

(foto Johan van Nijen) Gezellige drukte.

Meurs A.M. signeert aandachtig (ingezonden foto Peter Kempers). Meurs A.M., met de altijd alerte, kenner van zijn werk bij uitstek Jan Jumelet uit Maarssen, pal achter hem. 

"Spelen in de étalage"

   
Etalage van grafische Studio René Bakker in Amsterdam met de nieuwe publicaties van Meurs A.M. Met de impressie van de laatste dagen van filmmaker Emil Busurcã ter lezing voor de buurt

 

Spelen in de bloemen in de étalage van Schimmelpennink aan de Weteringschans in Amsterdam
 

 

 

Spelen in de étalage van Fenix in Amsterdam, Frans Halsstraat.

Schrijver Meurs A.M. Naarboven.