Brigitte Bardot
Het huis in de eerste bocht van de Lange Weg is
leeggemaakt, de schoenmaker met het houten been en
zijn chagrijnig wijf zijn dood, de Koendersen, die na de
oude Westerweels kwamen en familie van ze waren en
altijd in bed lagen, zijn er volgens afspraak uitgegaan, en
ten slotte zijn de Weelsen met hun acht kinderen in de
Acht-Huizen gaan wonen. En opeens staat daar Brigitte
Bardot in een kort rokje op een trap de ramen te lappen
van het huis in de eerste bocht van de Lange Weg!
Dat leidt tot onrust onder de mannen, de oude en de
jonge, en tot verontwaardiging onder de vrouwen, maar
zelf heeft het piepjonge vrouwtje - wat zal ze zijn,
negentien? - dat daar is komen wonen, niets in de gaten
en van ruiten zemen heeft ze ook geen verstand.
Het is vooral het bloed van ex-burgemeester en
fabrikant Van Tuin dat hoog wordt opgejaagd, en hij
sluipt helemaal naar de voorkant van zijn tuin, omdat hij
dan pas de voorkant van het huis ernaast kan zien waar
Brigitte Bardot op het trapje de ramen doet. Eigenlijk zou
hij nog verder naar voren willen maar dan moet hij zich
blootgeven en tussen de struiken uitkomen, en eigenlijk
zou hij nóg verder willen gaan en achter haar gaan staan
en zijn hand uitsteken naar dat jonge strakke kruis. En als
zij klaar is en al rekkend en bukkend alles heeft laten zien
wat ze in haar bloesje en onder haar rokje heeft, sluipt hij
terug, slaat een kruis, haalt zijn rozenkrans uit zijn
broekzak en kust vol wroeging en spijt het kruis en
mompelt: “JezusMaria, vergeef uw zondaar.”
En ‘s middags schiet hij gefrustreerd met zijn
windbuks op de kont in een korte manchesterbroek van
een jongen die appels in zijn boomgaard komt stelen.
Surrogaat, het verkeerde wapen en de verkeerde kont.
Het is vooral de onschuld die Brigitte Bardot voor exburgemeester
en fabrikant Van Tuin zo aantrekkelijk
147
…en hij sluipt helemaal naar de voorkant van zijn tuin,
omdat hij dan pas de voorkant van het huis ernaast kan
zien waar Brigitte Bardot op het trapje de ramen doet.
(pag. 146)
148
maakt. Hoerige meisjes is hij gewend in Parijs. Maar
deze! Ze heeft niet in de gaten dat ze mooi is en sexy en
anders met haar stadse taaltje. Ze wil gewoon met de
mensen praten maar die houden haar op afstand. Van
Tuin loopt als een gekooide aap door zijn reservaat. Ze
moet niet met die dorpsbewoners aanpappen, ze moet
anders blijven net als hijzelf, ze horen bij elkaar, zij en
hij! Maar hoe maakt hij haar dat duidelijk?
De bomen om hem heen worden neergehaald. Die van
het populierenbos achter zijn land zijn met geweldige
klappen op de grond gevallen. Ook de hoogstamfruitbomen
van de Weelsen naast hem zijn geveld. De
grond om hem heen wordt door autohandelaar
Westerweel weggekocht en ook hijzelf staat onder druk
om te verkopen. En ondertussen laten ze zo`n
godverdomd appetijtelijk jong ding de ramen lappen,
zodat je als man alles om je heen vergeet.