Josken:

Die begraving waar ik vandaag naartoe geweest ben en waardoor ik niet op de Boonbijeenkomst komen kon, die was van ne mens die naast ons woonde in de Sint Annalaan, in het tweede huis dat de familie Boon daar heeft gehad,  dat was na Gent, wij zijn daar toen bij peetje Jef gaan wonen nadat meetje Stella in 1954 was overleden. Dat was een juwelier en zijn vrouw was een coiffeuse en zijn moeder ook, en mijn dochter Mirjam die later ook coiffeuse is geworden, had daar ook heel goed contact mee. En moesten we een uurwerk hebben of iets van goud, dan gingen we naar Wichelen, waar die juwelier naartoe verhuisd was.

 

 

 

Mijn schoonzuster Jeanneke, de vrouw van Louis, kwam ook altijd naar die coiffeuse naast ons aan de Sint Annalaan en Louis kwam dan bij ons zitten. En Louis was wel wat gewend, want als ik dan bezig was de stoep af te trekken – zeg ik aftrekken – dan zei Louis: “Jos, gij hebt toch dikke billen hè!” Zeg ik: “Louis, ge moet zien en zwijgen!” Zij woonden toen al in Erembodegem en wij hebben naast die juwelier gewoond tot we zelf eind 1960 met Peetje Jef aan de Vinkenlaan in Erembodegem zijn gaan wonen, waar we hadden gebouwd.

Van de dood van moeder Boon in 1954 tot die van vader Boon in 1968

Josken vertelt, deel 2

Door Josken Boon-Vermoesen,

Schoonzus van Louis Paul Boon

 

Josken:

Ik werd dan gebeld, door een secretaresse zeker, want Kris Humbeeck is zeven jaar geleden hier geweest voor een interview, en ze wilden dat allemaal nog eens een keer nachecken. Want daar gaat een boek uitkomen zeker hè, in 2012, als het 100 jaar geleden is dat Louis is geboren. En ik wist niet dat Kris zelf ook meekwam, dus ik verschoot ervan, en weet je wat ze bij hadden, zo’n grote bos bloemen, ik had niet eens een vaas waar ik die in kon zetten, zo groot. En ze waren dan, nadat wij dat verhaal van Gent naarbuiten gebracht hadden, ondertussen ook in Gent geweest en zeiden dat ze het allemaal gezien hadden, waar de wasserij en het huis waar we woonden waren geweest.

 

“En gij, gij zijt ne smeerlap, want als ge de pastors niet mee had, ge had allang met uw kloten in het prison gezeten!”

 

En Kris vroeg aan mij: “De Mosterdpot, zegt u dat niks?”  Ik zeg nee, dat zegt me nikske, maar dan met daaraan te denken… dat waren geburen van Frans zijn ouders in Aalst aan de Sint Annalaan ( toen waarschijnlijk Stalinlaan, A.M.), en daar zeiden ze geen Mosterdpot tegen, daar zeiden ze de Mosterdborse tegen, en dat was een leraar aan het Kollege, die gaf  pianoles thuis en die pakte allemaal de kinderen die daar les kwamen nemen. En bij Frans thuis hebben ze gehoord dat zijn zoon riep: “En gij, gij zijt ne smeerlap, want als ge de pastors niet mee had, ge had allang met uw kloten in het prison gezeten!” De zoon verweet zijn pa dat hè.